Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code belge de la Navigation · 8 MEI 2019. - Belgisch Scheepvaartwetboek

Code belge de la Navigation Art. 3.6.3.33

Afdeling 1. [1 - Goederenvervoer]1 — Onderafdeling 8. [1 - Bijzondere bepalingen]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

Beëindigingsrechten in hoofde van de vervoerder

§ 1. Indien een melddatum voor belading is overeengekomen en de vervoerder, door overmacht, deze niet kan nakomen, is de vervoerder gerechtigd, zonder enige schadevergoeding verschuldigd te zijn en zonder zelf op enige vergoeding aanspraak te kunnen maken, de overeenkomst te ontbinden, tenzij partijen een andere melddatum overeenkomen.

§ 2. Indien het binnenschip tijdens de uitvoering van de overeenkomst vergaat, eindigt deze van rechtswege.

Wanneer het binnenschip, zonder dat het vergaan is, tijdens de uitvoering van de overeenkomst zodanig beschadigd blijkt te zijn dat het, naar het oordeel van de vervoerder, het herstel, nodig voor de uitvoering van de overeenkomst, niet waard is of dit herstel binnen redelijke termijn niet mogelijk is, is de vervoerder gerechtigd de overeenkomst op te zeggen.

Indien zich een omstandigheid voordoet, zoals bepaald in de vorige leden van dit artikel, en deze zich voordoet tijdens de vaart om zich naar de laad- of losplaats te begeven, wordt tot bewijs van het tegendeel vermoed dat deze omstandigheid te wijten is aan schuld van de vervoerder.

§ 3. Tevens is de vervoerder gerechtigd op de laadplaats de overeenkomst te ontbinden, zonder ingebrekestelling, indien de laadtijd of bij een gezamenlijke laad- en lostijd de helft van de ligtijd, met 48 uren overschreden is.

In dat geval heeft de vervoerder recht op betaling van de helft van de overeengekomen vracht alsmede de schadevergoeding waarvan sprake in artikel 3.6.3.28, § 4.

§ 4. Tevens is de vervoerder gerechtigd op de losplaats, zonder ingebrekestelling, de overeenkomst te beëindigen en op risico en kosten van wie het behoort de lading te lossen, indien de ligtijd of bij een gezamenlijke laad- en lostijd de helft van de ligtijd sedert het tijdstip van aankomst op de losplaats, met 48 uren overschreden is, zonder dat met lossing een aanvang is genomen.

In dat geval heeft de vervoerder recht op betaling van de overeengekomen vracht alsmede de in artikel 3.6.3.28, § 4, bedoelde schadevergoeding indien van toepassing, alsmede vergoeding van alle overige schade die hij daardoor lijdt en kosten die hij heeft uitgestaan.

Tevens kan toepassing worden gemaakt van artikel 3.6.3.34.

§ 5. In alle gevallen waarin de overeengekomen vracht is bepaald op basis van een dag- of maandhuur, zijn de bepalingen van de paragrafen 3 en 4 niet van toepassing.

In de overige gevallen waarin de vervoerder onder dit artikel tot ontbinding kan overgaan, heeft de vervoerder recht op vergoeding voor elke dag vanaf het tijdstip dat het binnenschip zich naar de laadplaats heeft begeven tot op het ogenblik van de beëindiging van de overeenkomst, onverminderd vergoeding van andere schade en kosten.

§ 6. De hiervoor genoemde ontbindingsgronden alsmede paragraaf 5 doen geen afbreuk aan het recht tot ontbinding vermeld in artikel 3.6.3.9 en de vergoedingen waarop de vervoerder in dat geval aanspraak kan maken.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<Ingevoegd bij W 2024-04-14/27, art. 25, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2025>