Code belge de la Navigation · 8 MEI 2019. - Belgisch Scheepvaartwetboek
Code belge de la Navigation Art. 4.1.2.6
Afdeling 2. - Zeevaart — Onderafdeling 1. - Schepen
Inbreuk op de artikel en 2.2.3.1 tot 2.2.3.16, 4.2.1.28 of 4.2.4.1
§ 1. Met een sanctie van niveau 5 wordt bestraft :
1° de kapitein of de scheepseigenaar die, zelfs buiten België, een schip zee doet kiezen of in de Belgische zeewateren of Belgische binnenwateren een schip doet varen, als de toestand ervan de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het mariene milieu in gevaar brengt;
2° de kapitein of de scheepseigenaar die, zelfs buiten België, een schip zonder een krachtens de artikel en 2.2.3.6 tot 2.2.3.9 of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten opgelegd certificaat van deugdelijkheid of in weerwil van een door de bevoegde overheid opgelegd verbod of uitgeoefend recht tot aanhouding doet varen of het zonder toelating tot afvaart zee doet kiezen.
De in dit artikel bepaalde sancties kunnen ten aanzien van de kapitein worden verminderd tot één vierde van de straffen waarmee de scheepseigenaar kan worden gestraft, indien bewezen is dat de kapitein van de scheepseigenaar schriftelijk of mondeling bevel heeft gekregen de inbreuk te plegen.
§ 1/1. In afwijking van paragraaf 1 wordt bestraft met sanctie van niveau 3 de kapitein of de scheepseigenaar die het artikel 2.2.3.9., 1°, f) of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt.
§ 2. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft :
1° eenieder die de artikel en 2.2.3.1 tot 2.2.3.16, 4.2.1.28 of 4.2.4.1, § 2 en 3, of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt;
2° eenieder die de opdracht van de bevoegde overheid of van deskundigen, uitgevoerd krachtens voormelde bepalingen, verhindert of belemmert.
De in dit artikel bepaalde sancties zijn ook van toepassing wanneer de strafbare feiten door de kapitein, de officieren of personen van Belgische nationaliteit buiten België zijn gepleegd.
De in dit artikel bepaalde sancties kunnen ten aanzien van de kapitein worden verminderd tot één vierde van de straffen waarmee de scheepseigenaar kan worden gestraft, indien bewezen is dat de kapitein van de scheepseigenaar schriftelijk of mondeling bevel heeft gekregen de inbreuk te plegen.
§ 3. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, iedere schepeling die de aanhouding of het verbod tot afvaart van een schip uitlokt door onjuist bevonden beweringen.
Indien de onjuiste beweringen willens en wetens zijn geuit, wordt de schuldige gestraft met een sanctie van niveau 3.
§ 4. In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2021-06-16/17, art. 117, 006; Inwerkingtreding : 16-09-2021>
- (2)<W 2022-06-29/05, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2022>