Code belge de la Navigation · 8 MEI 2019. - Belgisch Scheepvaartwetboek
Code belge de la Navigation Art. 4.2.1.17
HOOFDSTUK 1. - De Scheepvaartcontrole — Afdeling 1. - Inrichting en algemene bevoegdheden
Schriftelijke vaststelling van maatregelen
§ 1. De inbeslagnemingen en de verzegelingen verricht op basis van de artikel en 4.2.1.12 en 4.2.1.15 en de maatregelen genomen ter uitvoering van de artikel en 4.2.1.10, § 4 en 4.2.1.14 moeten het voorwerp uitmaken van een schriftelijke vaststelling.
De in artikel 4.2.1.10, § 1, vierde lid bedoelde opsporingsmaatregelen en, in voorkomend geval, de onderzoeksmaatregelen die eruit voortvloeien en welke op die plaats worden uitgevoerd, moeten eveneens het voorwerp uitmaken van een schriftelijke vaststelling.
§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde schriftelijke vaststelling wordt overhandigd aan de persoon wiens belangen door de maatregelen worden getroffen, die tekent voor ontvangst.
Indien de betrokken persoon niet aanwezig is, wordt de schriftelijke vaststelling onmiddellijk achtergelaten. Binnen een termijn van veertien dagen wordt tevens bij een aangetekende zending aan de betrokken persoon een afschrift verzonden.
§ 3. Het in paragraaf 1 bedoelde geschrift moet minstens vermelden :
1° de datum en het uur waarop de maatregelen zijn genomen;
2° de identiteit van de scheepvaartcontroleurs en de hoedanigheid waarin zij optreden;
3° de genomen maatregelen;
4° de rechtsmiddelen die tegen de maatregelen openstaan.
Wanneer de maatregelen bedoeld in het eerste lid, 3°, betrekking hebben op de in artikel 4.2.1.10, § 1, vierde lid bedoelde opsporingsmaatregelen en, in voorkomend geval, op de onderzoeksmaatregelen die eruit voortvloeien en welke op die plaats werden uitgevoerd, bevat de beschrijving onder meer de volgende gegevens :
1° de beschrijving van de plaats of de plaatsen waar deze opsporings- of onderzoeksmaatregelen hebben plaats gevonden;
2° de regelgeving op de naleving waarvan toezicht wordt uitgeoefend en waarop zich een inbreuk heeft voorgedaan of mogelijk heeft voorgedaan die de betrokken opsporings- of onderzoeksmaatregelen noodzakelijk maakt;
3° de lijst van de informatiedragers bedoeld in artikel 4.2.1.10, § 1, die werden opgespoord en, in voorkomend geval, die ter plaatse werden onderzocht;
4° de beschrijving van de feiten waaruit blijkt dat de bedoelde opsporingsmaatregelen of onderzoeksmaatregelen zijn genomen in de gevallen en onder de voorwaarden bedoeld bij artikel 4.2.1.10, § 1, vierde lid;
5° de verantwoording van het feit dat het met de bedoelde opsporings- of onderzoeksmaatregelen beoogde resultaat niet kon worden bereikt met andere, minder ingrijpende maatregelen.