Code belge de la Navigation · 8 MEI 2019. - Belgisch Scheepvaartwetboek
Code belge de la Navigation Art. 4.5.1.4
Titel 5. - Internationale misdrijven — HOOFDSTUK 1. - Criminaliteit op zee in het buitenland
Vrijheidsberoving
§ 1. De persoon die op heterdaad wordt betrapt bij een in artikel 4.5.1.1 bedoeld misdrijf of tegen wie ernstige aanwijzingen van schuld met betrekking tot een dergelijk misdrijf bestaan, kan van zijn vrijheid worden beroofd hetzij op initiatief van de commandant van een Belgisch oorlogsschip of andere Belgische schepen met kentekens waaruit duidelijk blijkt dat zij in dienst zijn van de Staat en die daartoe gemachtigd zijn kunnen, hetzij op initiatief van de commandant van een Belgisch militair beschermingsteam aan boord van een burgerschip hetzij op initiatief van de kapitein van een schip dat de Belgische vlag voert en dat rechtsreeks betrokken is bij een in artikel 4.5.1.1 bedoeld misdrijf, met inachtneming van de bepalingen die krachtens het internationaal recht van toepassing zijn op zee.
Hij maakt een proces-verbaal op met nauwkeurige opgave van de omstandigheden waarin de vrijheidsberoving tot stand is gekomen, met inbegrip van het precieze uur ervan.
§ 2. De commandant van een Belgisch oorlogsschip of andere Belgische schepen met kentekens waaruit duidelijk blijkt dat zij in dienst zijn van de Staat en die daartoe gemachtigd zijn, de commandant van een Belgisch militair beschermingsteam aan boord van een burgerschip of de kapitein van een schip dat de Belgische vlag voert en dat rechtsreeks betrokken is bij een in artikel 4.5.1.1 bedoeld misdrijf, brengt de federale procureur onmiddellijk op de hoogte van de vrijheidsberoving door middel van de snelste communicatiemiddelen. Hij voert de bevelen van deze magistraat uit, zowel wat de vrijheidsberoving als wat de uit te voeren taken betreft.
§ 3. De vrijheidsberoving mag in geen geval langer dan achtenveertig uur duren. De federale procureur moet de vrijheidsberoving binnen achtenveertig uur bevestigen. Bij gebreke daarvan wordt de betrokkene in vrijheid gesteld. Van de beslissing van de federale procureur wordt onverwijld kennis gegeven aan de betrokkene door de commandant van een Belgische oorlogsschip of andere Belgische schepen met kentekens waaruit duidelijk blijkt dat zij in dienst zijn van de Staat en die daartoe gemachtigd zijn, de commandant van een Belgisch militair beschermingsteam aan boord van een burgerschip of de kapitein van een schip dat de Belgische vlag voert en dat rechtsreeks betrokken is bij een in artikel 4.5.1.1 bedoeld misdrijf.
§ 4. De commandant van een Belgisch oorlogsschip of andere Belgische schepen met kentekens waaruit duidelijk blijkt dat zij in dienst zijn van de Staat en die daartoe gemachtigd zijn, de commandant van een Belgisch militair beschermingsteam aan boord van een burgerschip of de kapitein van een schip dat de Belgische vlag voert en dat rechtsreeks betrokken is bij een in artikel 4.5.1.1 van deze wet bedoeld misdrijf maakt een procesverbaal van de vrijheidsberoving op. Dit proces-verbaal vermeldt het precieze uur van de vrijheidsberoving, de beslissing van de federale procureur met betrekking tot deze vrijheidsberoving, alsook het precieze uur waarop de betrokkene in kennis is gesteld van de beslissing van de federale procureur.
§ 5. Indien de federale procureur van oordeel is dat een persoon, die wegens de daden bedoeld in artikel 4.5.1.1 van zijn vrijheid is beroofd, onder aanhoudingsbevel zou moeten worden geplaatst, vordert hij dit van de onderzoeksrechter die een voorlopig aanhoudingsbevel kan uitvaardigen. Het voorlopig aanhoudingsbevel moet worden uitgevaardigd binnen achtenveertig uur na de initiële vrijheidsberoving en is tot achtenveertig uur na de aankomst van de gedetineerde op het grondgebied van het Rijk en ten hoogste een maand geldig.
Het verhoor van de van zijn vrijheid beroofde persoon kan gebeuren door middel van radio, telefoon, audiovisuele of andere technische middelen die een rechtstreekse overbrenging van de stem tussen de onderzoeksrechter en de verdachte mogelijk maken en de vertrouwelijkheid van hun gesprek waarborgen.
Indien het verhoor van de van zijn vrijheid beroofde persoon onmogelijk is ingevolge uitzonderlijke omstandigheden, moet de onderzoeksrechter de personen verhoren die de ten laste gelegde feiten met betrekking tot deze persoon kunnen uiteenzetten.
Al de in deze paragraaf bedoelde elementen, met inbegrip van de eventuele uitzonderlijke omstandigheden die het verhoor van de betrokken persoon onmogelijk hebben gemaakt, worden vermeld in het proces-verbaal van verhoor.
Van de beslissing van de onderzoeksrechter wordt onverwijld kennis gegeven aan de betrokkene door de commandant van een Belgisch oorlogsschip of andere Belgische schepen met kentekens waaruit duidelijk blijkt dat zij in dienst zijn van de Staat en die daartoe gemachtigd zijn, de commandant van een Belgisch militair beschermingsteam aan boord van een burgerschip of de kapitein van een schip dat de Belgische vlag voert en dat rechtsreeks betrokken is bij een in artikel 4.5.1.1 bedoeld misdrijf, en zodra mogelijk, wordt hem een afschrift van het voorlopig aanhoudingsbevel bezorgd. De commandant van een Belgisch oorlogsschip of andere Belgische schepen met kentekens waaruit duidelijk blijkt dat zij in dienst zijn van de Staat en die daartoe gemachtigd zijn, de commandant van een Belgisch militair beschermingsteam aan boord van een burgerschip of de kapitein van een schip dat de Belgische vlag voert en dat rechtsreeks betrokken is bij een in artikel 4.5.1.1 bedoeld misdrijf, en vermeldt in een proces-verbaal het precieze uur waarop de betrokkene in kennis is gesteld van de beslissing van de onderzoeksrechter en het precieze uur van de afgifte van het afschrift van het voorlopig aanhoudingsbevel.
§ 6. Ingeval de vervolging in België wordt ingesteld, wordt de verdachte zo spoedig als de omstandigheden het mogelijk maken naar België overgebracht.
Binnen achtenveertig uur na zijn aankomst op het grondgebied van het Rijk moet hij fysiek voor de onderzoeksrechter verschijnen en ondervraagd worden. De onderzoeksrechter gaat na of de in paragraaf 5, eerste lid, bedoelde termijnen van achtenveertig uur na de aankomst van de gedetineerde op het grondgebied van het Rijk en van ten hoogste een maand werden nageleefd. Bij gebrek aan verhoor binnen de achtenveertig uur of in geval van niet-naleving van de in paragraaf 5, eerste lid, bedoelde termijnen wordt de verdachte in vrijheid gesteld.
Indien de onderzoeksrechter van oordeel is dat de hechtenis moet worden gehandhaafd, vaardigt hij een aanhoudingsbevel uit overeenkomstig artikel 16 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis.