Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 2.3.1-36
Afdeling 3. [1 - De procedure voor uitzonderlijk zittenblijven die van toepassing is op de leerjaren van de — Onderafdeling 4. [1 - Over het beheer van de procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in een jaar van de
§ 1. Het onderdeel "procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern" wordt ingevuld:
1° met gegevens die worden weergegeven vanuit andere delen van het DAccE;
2° met gegevens die aanvankelijk werden verwerkt krachtens decretale of reglementaire bepalingen, en die afkomstig zijn uit databases die overeenkomstig die bepalingen zijn aangelegd;
3° met gegevens die door de gebruikers worden ingevoerd overeenkomstig de procedureregels in artikel 2.3.1-26 en volgende.
§ 2. Het tabblad met betrekking tot de beslissing tot zittenblijven wordt als volgt ingevuld:
1° de informatie met betrekking tot de identificatie van de leerling bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, a), a.1), wordt weergegeven vanuit het deel "administratief" van het DAccE bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 3. Deze informatie wordt ingevoerd overeenkomstig artikel 1.10.4-1;
2° de informatie met betrekking tot het traject van de leerling bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, a), a.2) en a.3), wordt weergegeven vanuit het deel "schooltraject" van het DAccE bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 4. Deze informatie wordt ingevoerd overeenkomstig artikel 1.10.4-1;
3° de informatie met betrekking tot de identificatie van de school en de schooldirecteur bedoeld in artikel 2.3.1- 33, § 2, lid 1, 1°, b), b.1) en b.2), wordt ingevoerd door middel van gegevens die aanvankelijk werden verwerkt krachtens decretale of reglementaire bepalingen, en die afkomstig zijn uit databases die overeenkomstig die bepalingen zijn aangelegd;
4° de informatie met betrekking tot de opvolging van het leerproces tijdens het schooljaar voorafgaand aan het mogelijke schooljaar van zittenblijven bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, c), c.1) en c.2), wordt weergegeven vanuit het deel "opvolging van de leerling" van het DAccE bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 5. Deze informatie werd eerder ingevoerd overeenkomstig artikel 1.10.4-2 en volgende;
5° de informatie met in voorkomend geval betrekking tot de details van de uitzonderlijke omstandigheden die verband houden met de situatie van de leerling bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, c), c.1), wordt door het naar behoren gemachtigde lid van het pedagogisch team ingevuld op het moment waarop de school een beslissing tot zittenblijven in een jaar van de gemeenschappelijke kern neemt, overeenkomstig artikel 2.3.1-26, § 2;
6° de informatie en documenten met betrekking tot het gedetailleerde advies dat de beslissing tot zittenblijven verantwoordt, bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, d), d.1) en d.2), wordt door het naar behoren gemachtigde lid van het pedagogisch team ingevuld op het moment waarop de school een beslissing tot zittenblijven in een jaar van de gemeenschappelijke kern neemt, overeenkomstig artikel 2.3.1-26, § 2;
7° de datum van validatie van de beslissing bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, e), wordt automatisch weergegeven door de toepassing wanneer de directeur de beslissing valideert;
8° de informatie met betrekking tot het overleg bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 2°, a) tot d), wordt door het naar behoren gemachtigde lid van het pedagogisch team ingevuld op het moment waarop de school een beslissing tot zittenblijven in een jaar van de gemeenschappelijke kern neemt, overeenkomstig artikel 2.3.1- 26, § 2;
9° in voorkomend geval wordt de datum van validatie van de beslissing die is genomen in het kader van de procedure voor overleg, bedoeld in 2.3.1-33, § 2, lid 1, 2°, e), automatisch weergegeven door de toepassing wanneer de inspecteur de beslissing valideert.
De rubriek met betrekking tot de beslissing van het pedagogisch team kan worden ingevuld tussen de maandag van de vierde week na de voorjaarsvakantie (Pasen) en de laatste woensdag van het schooljaar.
De rubriek met betrekking tot het overleg kan worden ingevuld tussen de laatste donderdag van het schooljaar en maandagmiddag van de eerste week van de zomervakantie.
§ 3. Het tabblad met betrekking tot het standpunt van de ouders of de meerderjarige leerling wordt als volgt ingevuld:
1° de informatie met betrekking tot de identificatie en de contactgegevens van de ouder(s) van de leerling of de meerderjarige leerling bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 3, lid 1, 1°, a) en b), wordt weergegeven vanuit het deel "administratief" van het DAccE bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 3. Deze informatie wordt ingevoerd overeenkomstig artikel 1.10.4-1;
2° de informatie met betrekking tot de identificatie van de school en de schooldirecteur bedoeld in artikel 2.3.1- 33, § 3, lid 1, 2°, a) en b), wordt ingevoerd door middel van gegevens die aanvankelijk werden verwerkt krachtens decretale of reglementaire bepalingen, en die afkomstig zijn uit databases die overeenkomstig die bepalingen zijn aangelegd;
3° de informatie met betrekking tot het standpunt van de ouders en de informatie die ze aan de Kamer van beroep wensen mee te delen, bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 3, lid 1, 3° en 4°, wordt ingevoerd door de ouders overeenkomstig artikel 2.3.1-28;
4° de datum van het standpunt van de ouders of de meerderjarige leerling bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 3, lid 1, 5°, wordt automatisch weergegeven door de toepassing wanneer de ouders of de meerderjarige leerling de beslissing valideren.
Het tabblad met betrekking tot het standpunt van de ouders of de meerderjarige leerling kan worden ingevuld tussen de laatste woensdag van het schooljaar en de vrijdag van de eerste week van de zomervakantie.
§ 4. Het tabblad met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep wordt als volgt ingevuld:
1° de informatie met betrekking tot de identificatie van de voorzitter van de Kamer van beroep bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 4, lid 1, 1°, wordt ingevoerd door middel van gegevens die aanvankelijk werden verwerkt krachtens decretale of reglementaire bepalingen, en die afkomstig zijn uit databases die overeenkomstig die bepalingen zijn aangelegd;
2° de informatie met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep en de motivering ervan bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 4, lid 1, 2°, wordt ingevoerd door een lid van de Kamer van beroep;
3° de datum van validatie van de beslissing van de Kamer van beroep bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 4, lid 1, 3°, wordt automatisch weergegeven door de toepassing wanneer de voorzitter van de Kamer van beroep de beslissing valideert.
Het tabblad met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep kan worden ingevuld vanaf de maandag van de vijfde week van de zomervakantie tot alle beroepen zijn behandeld.
§ 5. De gegevens bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, a) en b), § 3, lid 1, 1°, a), en 2°, en § 4, lid 1, 1°, worden niet bewaard buiten de database waaruit ze afkomstig zijn.
De gegevens bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, c), d) en e), en 2°, § 3, lid 1, 1), b), 3° tot 5°, en § 4, lid 1, 2° en 3°, worden bewaard tot de laatste dag van het schooljaar volgend op de beslissing tot uitzonderlijk zittenblijven in een jaar van de gemeenschappelijke kern.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<Ingevoegd bij DFG 2023-07-20/49, art. 13, 031; Inwerkingtreding : 28-08-2023>
- (2)<DFG 2026-05-28/14, art. 17, 052; Inwerkingtreding : 24-08-2026>
Verwijst naar
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 1
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 1.10.2
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 1.10.4
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 2
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 2.3.1
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 26
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 28
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 33