Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales · 13 APRIL 2019. - Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales Art. 43

Afdeling 3. - De aansprakelijkheid en plichten van sommige ministeriële officieren, openbare ambtenaren en — Onderafdeling 2. - De aansprakelijkheid en plichten inzake de opmaak van een akte of attest van erfopvolging

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

§ 1. Om de inning van zekere en vaststaande fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, die de erflater, zijn erfgenamen en legatarissen of de begunstigden van een door de erflater gemaakte contractuele erfstelling verschuldigd zijn, te verzekeren zijn de notarissen die verzocht zijn om een in artikel 4.59, § 4, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde akte of attest van erfopvolging op te maken, persoonlijk aansprakelijk in de zin van artikel 6.5 van het Burgerlijk Wetboek, voor de betaling van de door de erflater, zijn erfgenamen en legatarissen, waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest, of de begunstigden van een door de erflater gemaakte contractuele erfstelling, verschuldigde sommen uit hoofde van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen die ter kennis gebracht kunnen worden overeenkomstig artikel 44, indien zij daarvan geen bericht geven aan:

1° de dienst belast met informatie- en communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën., en dit op elektronische wijze;

2° de ontvangers waaronder de erflater en de rechtverkrijgenden waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest van erfopvolging ressorteren, evenals de ontvanger van de dienst die door de Koning daarvoor is aangewezen, wanneer de erflater en/of een van zijn rechtverkrijgenden in het buitenland verblijven, wanneer het bericht omwille van overmacht of een technische storing niet kan worden meegedeeld overeenkomstig 1°. In dat geval wordt het bericht bij aangetekende zending verzonden.

Wanneer het gaat om door de erflater verschuldigde sommen, is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste lid beperkt tot de waarde van de nalatenschap.

Wanneer het gaat om door de rechtverkrijgenden verschuldigde sommen is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste lid beperkt tot de waarde van de tegoeden die toekomen aan de rechtverkrijgende waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest en betreffende dewelke de notaris aansprakelijk kan worden gesteld.

§ 2. Indien de in § 1, eerste lid, bedoelde akte of het attest niet wordt opgesteld binnen de drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.

§ 3. Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens verzonden wordt overeenkomstig § 1, eerste lid, 1°, en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig § 1, eerste lid, 1°, voorafgaat.

§ 4. Wanneer het bericht meegedeeld is overeenkomstig § 1, eerste lid, 1°, wordt onder de verzendingsdatum van het bericht verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de dienst belast met informatieen communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën.

§ 5. Het bericht vermeldt de identiteit van de erflater, van zijn erfgenamen of legatarissen alsook van de eventuele begunstigde van een contractuele erfstelling.

Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit:

1° voor natuurlijke personen, de naam, de voornaam en, in voorkomend geval, het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van de betrokkenen, of, bij gebrek aan zulke nummers, hun geboortedatum;

2° voor rechtspersonen, trusts, fiducieën of gelijkaardige juridische constructies, de maatschappelijke benaming en, in voorkomend geval, de statutaire zetel en het identificatienummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen.

§ 6. De Koning bepaalt de overige voorwaarden en praktische toepassingsmodaliteiten van dit artikel.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2020-04-23/27, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2020>
  • (2)<W 2021-12-20/04, art. 6, 006; Inwerkingtreding : 07-01-2022>
  • (3)<W 2021-12-20/04, art. 16, 006; Inwerkingtreding : 07-01-2022>
  • (4)<W 2022-01-19/18, art. 42, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2022>
  • (5)<W 2022-07-30/03, art. 36, 009; Inwerkingtreding : 01-11-2022>
  • (6)<W 2024-02-07/18, art. 9, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2025>