Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales Art. 54
HOOFDSTUK 3. - De rechten en voorrechten van de Schatkist — Afdeling 4. - De hoofdelijke aansprakelijkheid voor de fiscale en niet-fiscale schulden van een aannemer of
§ 1. De opdrachtgever die, voor de in artikel 53, eerste lid, 1°, vermelde werken een beroep doet op een aannemer die fiscale en niet-fiscale schulden heeft op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de schulden van zijn medecontractant.
§ 2. De aannemer die, voor de in artikel 53, eerste lid, 1°, vermelde werken een beroep doet op een onderaannemer die fiscale en niet-fiscale schulden heeft op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de schulden van zijn medecontractant.
§ 3. De artikelen 5.160 tot en met 5.164 van het Burgerlijk Wetboek zijn toepasselijk op de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid.
§ 4. De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt beperkt tot 35 percent van de totale prijs van de werken toevertrouwd aan de aannemer of onderaannemer, exclusief belasting over de toegevoegde waarde.
Zij kan worden aangewend voor de betaling van de fiscale en niet-fiscale schulden die bestaan op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst, ongeacht hun datum van vestiging.
§ 5. De in dit artikel vermelde hoofdelijke aansprakelijkheid geldt ook voor de fiscale en niet-fiscale schulden van de vennoten van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid die optreedt als aannemer of onderaannemer.
§ 6. De hoofdelijke aansprakelijkheid bedoeld in dit artikel is eveneens van toepassing op de fiscale en niet-fiscale schulden van de aannemer of onderaannemer die ontstaan in de loop van de uitvoering van de overeenkomst.
§ 7. De in dit artikel bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid in hoofde van de opdrachtgever of aannemer is niet van toepassing wanneer de in artikel 30bis, § 3, of in artikel 30ter, § 2, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid reeds is toegepast in hoofde van dezelfde opdrachtgever of aannemer.
§ 8. Wanneer de betaling van de sommen die van een onderaannemer worden gevorderd bij toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid bedoeld in de paragrafen 1 en 2, niet of niet volledig werd verricht, zullen de opdrachtgever die de opdracht geeft om tegen een prijs de in artikel 53, eerste lid, 1°, a, bedoelde werken uit te voeren of te laten uitvoeren, de aannemer bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, a, alsook iedere tussenkomende onderaannemer, hiervoor hoofdelijk aansprakelijk zijn.
De in het eerste lid vermelde aansprakelijkheid wordt in de eerste plaats toegepast in hoofde van de aannemer die een beroep heeft gedaan op de onderaannemer die de sommen die van hem in toepassing van de paragrafen 1 en 2 worden gevorderd, niet of niet volledig heeft betaald.
Ze wordt in getrapte volgorde toegepast ten opzichte van de in een voorafgaand stadium tussenkomende aannemers, en in de laatste plaats ten opzichte van de in het eerste lid bedoelde opdrachtgever, wanneer de in het tweede lid vermelde aannemer nagelaten heeft de van hem gevorderde sommen binnen dertig dagen na de betekening van een dwangbevel te vereffenen.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2026-02-10/05, art. 35, 016; Inwerkingtreding : 09-03-2026>
Verwijst naar
- C.civ. Art. 5.160
- C.civ. Art. 5.164
- Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales Art. 30bis
- Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales Art. 30ter
- Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales Art. 53
Geciteerd door
- Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales Art. 53
- Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales Art. 55
- Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales Art. 56
- Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales Art. 58
- Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales Art. 59