C.pén. · 29 FEBRUARI 2024. - Strafwetboek 2024. (Inwerkingtreding : 01-09-2026)
C.pén. Art. 491
Afdeling 2. Bedrog — Onderafdeling 5. Misdrijven die verband houden met de insolventie van ondernemingen
Bedrieglijke bankbreuk
Bedrieglijke bankbreuk is door een onderneming bedoeld in artikel I.1, eerste lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht of door een bestuurder, in rechte of in feite, van een vennootschap of van een rechtspersoon in staat van faillissement, het, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden:
1° verduisteren of verbergen van een gedeelte van de activa;
2° geheel of gedeeltelijk doen verdwijnen van de boeken of bescheiden, bedoeld in hoofdstuk 2 van titel 3 van boek III van het Wetboek van economisch recht.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.