C.pén. · 29 FEBRUARI 2024. - Strafwetboek 2024. (Inwerkingtreding : 01-09-2026)
C.pén. Art. 57
Hoofdstuk 4. Straffen — Afdeling 9. Specifieke straffen toepasselijk op de rechtspersonen
Verbod om een activiteit die deel uitmaakt van het voorwerp uit te oefenen
Het verbod een activiteit uit te oefenen die deel uitmaakt van het voorwerp, met uitzondering van de werkzaamheden die behoren tot een opdracht van openbare dienstverlening, kan door de rechter worden uitgesproken, voor een termijn van een jaar tot ten hoogste tien jaar, wanneer de rechtspersoon is veroordeeld wegens een misdrijf.
De veroordeling wordt overgezonden naar de griffie van de ondernemingsrechtbank en wordt binnen drie maanden, te rekenen vanaf de dag waarop de beslissing in kracht van gewijsde is getreden, op kosten van de veroordeelde bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Indien nodig kan de strafuitvoeringsrechtbank beslissen een in kracht van gewijsde getreden veroordeling waarbij een verbod om een activiteit die deel uitmaakt van het voorwerp te verrichten is opgelegd, te wijzigen door de duur of de omvang van het verbod te beperken, het op te schorten of het te beëindigen.