Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C. pén. soc. · 6 JUNI 2010. - Sociaal Strafwetboek

C. pén. soc. Art. 106

TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen — HOOFDSTUK 2. - Bijzondere strafsancties

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

Exploitatieverbod en bedrijfssluiting

§ 1. In afwijking van artikel 57 van het Strafwetboek kan de rechter, voor de inbreuken van niveaus 3 en 4 en als de wet dit voorziet, de veroordeelde het verbod opleggen om gedurende een periode van één maand tot drie jaar, zelf of via een tussenpersoon, een onderneming of een inrichting geheel of gedeeltelijk uit te baten of bij de onderneming of inrichting waar de inbreuk is gepleegd onder gelijk welke hoedanigheid te worden tewerkgesteld.

Voor de inbreuken van niveau 3 en 4 en op voorwaarde dat de wet dit voorziet, kan de rechter bovendien, mits hij zijn beslissing ter zake met redenen omkleedt, de gehele of gedeeltelijke sluiting van de onderneming of inrichting waar de inbreuken werden begaan, bevelen voor de duur van één maand tot drie jaar.

....

§ 2. Het exploitatieverbod en de bedrijfssluiting gaan in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de tijd waarin de gevangenisstraf wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en de periodes van voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling.

§ 3. De rechter kan de in § 1 bedoelde straffen slechts opleggen wanneer dit noodzakelijk is om de inbreuken te doen stoppen of om te voorkomen dat zij zich herhalen, op voorwaarde dat de veroordeling tot deze straffen in verhouding staat tot het geheel van de betrokken sociaal-economische belangen. Voor de inbreuken van niveau 3 kunnen de in § 1 bedoelde straffen bovendien slechts worden opgelegd voor zover de gezondheid of de veiligheid van personen door deze inbreuken in gevaar wordt gebracht.

Deze straffen doen geen afbreuk aan de rechten van derden.

§ 4. Elke opzettelijke inbreuk op de beschikking van het vonnis of van het arrest waarbij een verbod of sluiting wordt opgelegd met toepassing van § 1 wordt bestraft met een sanctie van niveau 3.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2024-05-15/19, art. 48, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
  • (2)<W 2026-03-16/16, art. 25, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>