Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C. pén. soc. · 6 JUNI 2010. - Sociaal Strafwetboek

C. pén. soc. Art. 107

TITEL 6. - Bestraffing van de inbreuken in het algemeen — HOOFDSTUK 2. - Bijzondere strafsancties

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

Beroepsverbod en bedrijfssluiting

§ 1. In afwijking van artikel 48 van het Strafwetboek kan de rechter, voor de inbreuken van niveaus 3 en 4 en als de wet dit voorziet, de veroordeelde het verbod opleggen om gedurende een periode van één maand tot drie jaar, rechtstreeks of onrechtstreeks, onder gelijk welke hoedanigheid, zijn beroep uit te oefenen, indien hij ernstig misbruik heeft gemaakt van zijn beroep om de inbreuk te plegen.

Voor de inbreuken van niveau 3 en 4 en op voorwaarde dat de wet dit voorziet, kan de rechter bovendien, mits hij zijn beslissing ter zake met redenen omkleedt, de gehele of gedeeltelijke sluiting van de onderneming of van de vestigingen van de vennootschap, vereniging, organisatie of onderneming van de veroordeelde of waarvan de veroordeelde bestuurder is, bevelen voor een duur van één maand tot drie jaar.

....

§ 2.Het beroepsverbod en de bedrijfssluiting gaan in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de tijd waarin de gevangenisstraf wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en de periodes van voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling.

§ 3. De rechter kan de in § 1 bedoelde straffen slechts opleggen wanneer dit noodzakelijk is om de inbreuken te doen stoppen of om te voorkomen dat zij zich herhalen, op voorwaarde dat de veroordeling tot deze straffen in verhouding staat tot het geheel van de betrokken sociaal-economische belangen. Voor de inbreuken van niveau 3 kunnen de in § 1 bedoelde straffen bovendien slechts worden opgelegd voor zover de gezondheid of de veiligheid van personen door deze inbreuken in gevaar wordt gebracht.

Deze straffen doen geen afbreuk aan de rechten van derden.

§ 4. Iedere opzettelijke inbreuk op de beschikking van het vonnis of van het arrest waarbij in toepassing van § 1 een verbod of een sluiting wordt uitgesproken, wordt bestraft met een sanctie van niveau 3.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2024-05-15/19, art. 49, 068; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
  • (2)<W 2026-03-16/16, art. 26, 073; Inwerkingtreding : 01-09-2026>