Beleidsregel toetsing vergunningen personenvervoer aan de We ст. 2.3.3
Paragraaf 2.3 Strafbare feiten als middel
Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 2.3.2 , kunnen worden aangemerkt:
1 de commune delicten: a. omkoping van of dwanguitoefening op een ambtenaar, bestuurder of beedigd beambte (177, 179, 183 eerste lid Sr); b. omkoping van een rechter (178 (Sr); c. valsheid in geschrifte (225-227, 230 Sr); d. afpersing (317 Sr) en afdreiging (318 Sr); e. oplichting (326 Sr) en betalingsbedrog (326a Sr); f. verzekeringsoplichting (328 Sr); g. oneerlijke mededinging door misleiding (328bis Sr); h. bankbreuk (340 Sr) en bedrieglijke bankbreuk (341 Sr); i. computervredebreuk (350b Sr) of j. de medeplichtigheid aan of poging tot het begaan van onder a tot en met i genoemde strafbare feiten.
2 de delicten uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen : a. het opzettelijk of met grove schuld ontduiken van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting , Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikel 67, onder e) , b. het opzettelijk of met grove schuld niet of niet tijdig betalen van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting , Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikel 67, onder f) .