Beleidsregel toetsing vergunningen personenvervoer aan de We ст. 2.3.4
Paragraaf 2.3 Strafbare feiten als middel
1 De Minister kan de in artikel 2.3.2 bedoelde strafbare feiten buiten beschouwing laten indien naar zijn oordeel een strafbaar feit door de omstandigheden van het geval in geringe mate ernstig is.
2 De ernst van een strafbaar feit wordt bepaald door: a. recidive van een zelfde of verwant strafbaar feit; b. de mate van schuld; c. de hoogte van het behaalde voordeel; d. de hoogte van de opgelegde of bij het strafbaar feit behorende strafmaat; e. de verleden tijd sinds het feit is begaan; f. het aantal betrokkenen bij het strafbare feit; g. betrokkenheid van de leidinggevenden binnen het bedrijf van de houder of aanvrager van een vergunning; of h. de aan mens en goed toegebrachte schade.