anc. C.civ. · Burgerlijkwetboek (art. 1–515)
anc. C.civ. Art. 118
HOOFDSTUK I. - (AFWEZIGHEID). <W 2007-05-09/44, art. 2, 037; Inwerkingtreding : 01-07-2007> — Afdeling II. - Verklaring van afwezigheid <Ingevoegd bij W 2007-05-09/44, art. 11; Inwerkingtreding : 01-07-
<W 2007-05-09/44, art. 11, 037; Inwerkingtreding : 01-07-2007> § 1. Wanneer er vijf jaar verlopen zijn sinds het vonnis waarbij het vermoeden van afwezigheid werd vastgesteld, of zeven jaar sinds men voor het laatst nieuws ontvangen heeft van de afwezige, kan de verklaring van afwezigheid worden uitgesproken door de familierechtbank op verzoek van iedere belanghebbende of van de procureur des Konings.
§ 2. De griffier moet, in voorkomend geval, een eensluidend verklaard afschrift van het vonnis houdende verklaring van afwezigheid ter kennis brengen van de in artikel 112, § 1, bedoelde vrederechter.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2013-07-30/23, art. 9, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
Verwijst naar
- anc. C.civ. Art. 037
- anc. C.civ. Art. 112
- anc. C.civ. Art. 12