Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

anc. C.civ. · Burgerlijkwetboek (art. 1–515)

anc. C.civ. Art. 112

HOOFDSTUK I. - (AFWEZIGHEID). <W 2007-05-09/44, art. 2, 037; Inwerkingtreding : 01-07-2007> — Afdeling I. - Vermoeden van afwezigheid <Ingevoegd bij W 2007-05-09/44, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

<W 2007-05-09/44, art. 4, 037; Inwerkingtreding : 01-07-2007> § 1. Wanneer een persoon sinds meer dan drie maanden niet meer verschijnt in zijn woon- of verblijfplaats en men van hem gedurende ten minste drie maanden geen nieuws heeft ontvangen en daaruit onzekerheid voortvloeit over zijn leven of zijn dood, kan de vrederechter, op verzoek van iedere belanghebbende of van de procureur des Konings, het vermoeden van afwezigheid vaststellen.

§ 2. ....

§ 2. (vroeger § 3) Het openbaar ministerie is ermee belast te waken over de belangen van de vermoedelijk afwezigen. Overeenkomstig de artikelen 766, tweede lid, en 767 van het Gerechtelijk Wetboek wordt het openbaar ministerie gehoord over zijn schriftelijk of mondeling advies of vorderingen met betrekking tot alle rechtsvorderingen die de afwezigen aangaan..

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2013-07-30/23, art. 5, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>