C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 556–663)
C.jud. Art. 594
BOEK V. [1 Bepaalde bijzondere gerechtelijke actoren]1 — HOOFDSTUK III. - Vrederechter.
De vrederechter doet op verzoekschrift uitspraak:
1° op vorderingen tot aanwijzing van deskundigen ... wanneer dit hem toekomt krachtens overeenkomst tussen partijen of krachtens de wet, of wanneer het voorwerp van het deskundigenonderzoek tot zijn volstrekte bevoegdheid behoort;
2° in geval van voogdij, over het verzet van de wettelijke vertegenwoordiger tegen de uitoefening van de rechten van de niet ontvoogde minderjarige om de op diens spaarboekje ingeschreven sommen op te vragen;
3° over het verzet van de vader of de voogd tegen de aansluiting van de minderjarige bij een beroepsvereniging;
4° over het verzet van de militair tegen betaling van de militievergoeding aan de (echtgenoot); <KB 1986-10-17/31, art. 15, 012>
5° (over het verzet tegen de uitbetaling van uitkeringen welke geheel of gedeeltelijk worden verleend uit de middelen van:
a) de Rijksdienst voor maatschappelijke zekerheid, zoals bedoeld in artikel 44 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
b) het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers, zoals bedoeld in artikel 5 van de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de mijnwerkers en ermee gelijkgestelden;
c) de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;
(6° op de verzoeken die bij hem worden ingediend in verband met de voogdij van minderjarigen ... alsook ter uitvoering van de artikelen 378 en 483 van het Burgerlijk Wetboek;) <W 2001-03-27/39, art. 4, 091; Inwerkingtreding : 01-08-2001>
(7° op de verzoeken inzake specifieke voogdij als voorzien in Titel XIII, Hoofdstuk 6. - " Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen " van de programmawet van 24 december 2002;) <L 2002-12-24/45, art. 27, 106; Inwerkingtreding : 01-05-2004>
8° (over het verzet van ... de voogd, de toeziende voogd, de curator of de rechthebbende, tegen de uitbetaling van de gezinsbijslag aan de bijslagtrekkende zoals het is bedoeld in artikel 69, § 3, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, buiten het geval waar de vordering bij de jeugdrechtbank aanhangig gemaakt wordt op grond van artikel 29 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming.) <W 1985-08-01/31, art. 51, 006>
9° in geval van een minderjarige onder voogdij, (over het verzet tegen de betaling aan de bijslagtrekkende van de gezinsbijslag voor zelfstandigen, tenzij een vordering bij de jeugdrechtbank aanhangig gemaakt werd op grond van artikel 29 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming.) <W 29-03-1976, art. 8>
10° over verzoeken om machtiging op grond van de artikelen 236 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en 143 van het Wetboek der successierechten;
11° over de verzoeken om machtiging tot hypothecaire inschrijving die door de ontvanger ... worden gedaan krachtens artikel 87 van het Wetboek der successierechten;
12° over verzoeken om aanwijzing van een bewindvoerder ad hoc ten einde in een (besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) een onbekwaamverklaarde vennoot te vertegenwoordigen; <W 1985-07-15/35, art. 1, 007>
13° over de verzoeken om machtiging op grond van artikel 4.40, § 3, van het Burgerlijk Wetboek;
14° over het verzoek van medeëigenaars, vruchtgebruikers of degenen die een recht hebben van erfpacht, opstal, gebruik of bewoning, om aanstelling van een gemeenschappelijke lasthebber die zitting neemt in de algemene vergadering van de polder of van de watering;
(15° over de verzoeken die bij hem worden ingediend krachtens de wet van 26 juni 1990 inzake de bescherming opgelegd aan een persoon met een psychiatrische aandoening;) <W 1990-06-26/32, art. 38, §2, 024; Inwerkingtreding : 1991-07-27, volgens art. 39 van de wet en art. 11 van KB 1991-07-18/38>
16° (over elk verzoek dat tot hem is gericht met toepassing van de artikelen 488/1 tot 502 van het Burgerlijk Wetboek.) <W 1991- 07-18/33, art. 16, 1), 032; Inwerkingtreding : 28-07-1992>
16°/1 op de vorderingen om maatregelen tot gerechtelijk bescherming, als bedoeld in de artikelen 1238 tot 1251;
16°/2 over vorderingen betreffende het vermoeden van afwezigheid bedoeld in artikel 112 van het Burgerlijk Wetboek;
17° over het verzoek van openbare ambtenaren om aflevering van een uitvoerbaar afschrift voor de terugbetaling van de bedragen die zij hebben voorgeschoten bij uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten;
18° over het verzoek om vaststelling van het bedrag van de borgsom bedoeld in artikel 94 van het Wetboek der successierechten;
19° ...
20° (over het verzoek om machtiging, inzake pacht, om de gebouwen op te trekken en alle werken uit te voeren die nodig zijn voor de bewoonbaarheid van het gepacht goed of dienstig voor de exploitatie ervan en die stroken met de bestemming van dat goed.) <W 15-07- 1970, art. 31>
(21° op de vorderingen tot benoeming van de syndicus of tot aanwijzing van een vervanger, ingesteld op grond van artikel 3.89, § 1 of § 8, van het Burgerlijk Wetboek.) <W 1994-06-30/34, art. 9, 047; Inwerkingtreding : 1995-08-01>
22° over de verzoeken die bij hem worden ingediend krachtens de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed;
23° over de vorderingen tot erkenning of uitvoerbaarverklaring van een buitenlandse beschermingsmaatregel bedoeld in artikel 3 van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen, genomen in een Staat die partij is bij het Verdrag, of van een buitenlandse beschermingsmaatregel die vergelijkbaar is met die opgesomd in dat artikel, genomen in een derde Staat, ten aanzien van een meerderjarige.
Wijzigingsgeschiedenis
- (2)<W 2013-03-17/14, art. 155, 223; Inwerkingtreding : 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>
- (3)<W 2013-07-30/23, art. 134, 233; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
- (4)<W 2014-05-08/02, art. 58, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
- (5)<W 2016-12-25/14, art. 74, 257; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
- (6)<W 2017-10-18/08, art. 4, 265; Inwerkingtreding : 16-11-2017>
- (7)<KB 2018-05-15/05, art. 3, 279; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
- (8)<W 2018-07-11/07, art. 46, 283; Inwerkingtreding : 30-07-2018>
- (9)<W 2018-12-21/09, art. 48, 294; Inwerkingtreding : 01-03-2019>
- (10)<W 2020-07-31/03, art. 83, 310; Inwerkingtreding : 01-09-2020>
- (11)<W 2019-03-10/03, art. 5, 313; Inwerkingtreding : 01-01-2021>
- (12)<W 2020-02-04/16, art. 4, 315; Inwerkingtreding : 01-09-2021>
- (13)<W 2022-01-19/18, art. 20, 319; Inwerkingtreding : 01-07-2022>
- (14)<W 2024-05-16/06, art. 64, 341; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
Verwijst naar
- C.civ. Art. 4.40
- C.jud. Art. 006
- C.jud. Art. 007
- C.jud. Art. 012
- C.jud. Art. 032
- C.jud. Art. 047
- C.jud. Art. 091
- C.jud. Art. 1
- C.jud. Art. 106
- C.jud. Art. 1238
- C.jud. Art. 1239
- C.jud. Art. 1240
- C.jud. Art. 1241
- C.jud. Art. 1242
- C.jud. Art. 1243
- C.jud. Art. 1244
- C.jud. Art. 1245
- C.jud. Art. 1246
- C.jud. Art. 1247
- C.jud. Art. 1248
- C.jud. Art. 1249
- C.jud. Art. 1250
- C.jud. Art. 1251
- C.jud. Art. 15
- C.jud. Art. 16
- C.jud. Art. 236
- C.jud. Art. 27
- C.jud. Art. 3
- C.jud. Art. 3.89
- C.jud. Art. 31
- C.jud. Art. 38
- C.jud. Art. 4
- C.jud. Art. 51
- C.jud. Art. 69
- C.jud. Art. 8
- C.jud. Art. 87
- C.jud. Art. 9
- C.jud. Art. 94
- anc. C.civ. Art. 112
- anc. C.civ. Art. 378
- anc. C.civ. Art. 483
- anc. C.civ. Art. 488/1
- anc. C.civ. Art. 502