Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)

C.jud. Art. 1238

Afdeling 1. [1 - Procedure van toepassing op de rechterlijke bescherming]1 — Onderafdeling 1. [1 - Indiening van het verzoek]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

§ 1. De beschermde of te beschermen persoon, elke belanghebbende of de procureur des Konings kan om een rechterlijke beschermingsmaatregel verzoeken op grond van de artikelen 488/1 tot 502 van het Burgerlijk Wetboek of de bepalingen van dit hoofdstuk.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de vrederechter ambtshalve een beschermingsmaatregel nemen:

1° als bij hem een verzoek als bedoeld in de artikelen 5, § 1, en 23 van de wet van 26 juni 1990 inzake de bescherming opgelegd aan een persoon met een psychiatrische aandoening is neergelegd en als hem een omstandig verslag als bedoeld in de artikelen 13, 14 en 25 van dezelfde wet wordt toegezonden;

2° als de internering van een persoon werd bevolen;

3° in de andere gevallen waarin uitdrukkelijk is voorzien in de wet, inzonderheid in de gevallen bedoeld in de artikelen 490/1, § 2, en 490/2, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek; of

4° als hij gevat is overeenkomstig paragraaf 1 en zulks nuttig acht, voor zover partijen geen verzoek in die zin hebben neergelegd.

In het in het eerste lid, 1°, bedoelde geval wordt de beschermingsmaatregel bij afzonderlijke beschikking bevolen.

Het openbaar ministerie deelt de bevoegde vrederechter onverwijld de beslissing tot internering mee.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2018-12-21/09, art. 53, 174; Inwerkingtreding : 01-03-2019>
  • (2)<W 2024-05-16/06, art. 66, 208; Inwerkingtreding : 01-01-2025>