Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.i.cr. · Wetboek van Strafvordering (art. 1–…)

C.i.cr. Art. 90decies

AFDELING II. - AMBTSVERRICHTINGEN VAN DE ONDERZOEKSRECHTER. — ONDERAFDELING II. - HET ONDERZOEK.

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

<Ingevoegd bij W 1994-06-30/49, art. 3; Inwerkingtreding : 03-02-1995> De Minister van Justitie brengt elk jaar verslag uit aan het Parlement over de toepassing van de artikelen 90ter tot en met 90novies.

Hij brengt het Parlement op de hoogte van het aantal onderzoeken die aanleiding gegeven hebben tot de maatregelen bedoeld in die artikelen, van de duur van die maatregelen, van het aantal betrokken personen en van de behaalde resultaten.

Hij brengt tegelijkertijd verslag uit over de toepassing van de artikelen 40bis, 46ter, 46quater, 46quinquies, 47ter tot 47decies, 56bis, 86bis, 86ter, 88sexies, en 89ter.

(Hij brengt het Parlement op de hoogte van het aantal onderzoeken die aanleiding gegeven hebben tot de maatregelen bedoeld in deze artikelen, van het aantal betrokken personen, van de misdrijven waarop ze betrekking hadden en van de behaalde resultaten.) <W 2002-04-08/51, art. 13, 031; Inwerkingtreding : 01-11- 2002>

(Hij brengt tegelijkertijd verslag uit over de toepassing van de artikelen 102 tot 111 en 317 en stelt de federale Wetgevende Kamers in kennis van het aantal betrokken dossiers, personen en misdrijven.) <W 2002-07-07/42, art. 4, 032; Inwerkingtreding : 20-08-2002>

Bij dit verslag wordt tevens het verslag gevoegd dat werd opgesteld met toepassing van artikel 126, § 6, derde lid, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.

Bij dit verslag wordt tevens het verslag gevoegd dat werd opgesteld met toepassing van artikel 126, § 5, vierde lid, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.

(NOTA : bij arrest nr 84/2015 van 11-06-2015 (B.St. 11-08-2015, p. 50983) heeft het Grondwettelijk Hof dit wijziging met inwerkingtredding 30/07/2013 vernietigd)

Wijzigingsgeschiedenis
  • ht heeft gekregen om [2 de in paragraaf 4, 2° en 4°, en
  • paragraaf 4/1, 2° bedoelde vergelijking]2 te maken en die een positief verband heeft aangetoond, ambtshalve het
  • DNA-profiel van het referentiestaal binnen vijftien dagen na de overzending van zijn verslag, over aan de
  • beheerder van de nationale DNA-gegevensbanken, met het oog op de toepassing van artikel 5quater, §§ 1, 3 en
  • 4, van de voornoemde wet.
  • Hij zendt eveneens de erop betrekking hebbende gegevens opgesomd in artikel 44quater, § 3, tweede lid, van
  • dezelfde wet over.
  • § 8. De kennisgeving van de resultaten aan de betrokkene, het tegenonderzoek, alsmede [2 de bewaring en de
  • vernietiging]2 van de referentiestalen en de daaruit afgeleide stalen die DNA bevatten, worden uitgevoerd
  • overeenkomstig artikel 44quinquies, §§ 6 en 9.]1
  • (1)<W 2011-11-07/16, art. 6, 062; Inwerkingtreding : 01-01-2014 (zie KB 2013-07-17/29, art. 36)>
  • (2)<W 2024-03-07/01, art. 8,a,b, 120; Inwerkingtreding : 01-03-2024>
  • (3)<W 2024-03-07/01, art. 8,c, 120; Inwerkingtreding : 24-03-2024>
  • (4)<W 2026-02-08/04, art. 8, 129; Inwerkingtreding : 26-02-2026>
  • (5)<W 2026-03-11/03, art. 100, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
  • Art. 90duodecies. [1 § 1. Indien de [3 feiten die bij hem aanhangig zijn]3, strafbaar zijn met een [4 straf van
  • niveau 3]4 of met een zwaardere straf, en hij over aanwijzingen beschikt dat de betrokkene een directe band
  • heeft met het gerechtelijk onderzoek, kan de onderzoeksrechter bevelen dat een referentiestaal onder dwang
  • wordt afgenomen van een persoon die niet bedoeld is in artikel 90undecies.
  • In zijn met redenen omklede beschikking, die hij meedeelt aan de procureur des Konings, vermeldt de
  • onderzoeksrechter :
  • 1° de omstandigheden van de zaak in het kader waarvan de afname wordt bevolen;
  • 2° de noodzaak om dwang te gebruiken;
  • 3° de vergelijking van het DNA-profiel met de DNA-profielen van de aangetroffen sporen in het kader van de
  • zaak;
  • 4° het feit dat het DNA-profiel niet wordt overgezonden aan de beheerder van de nationale DNA-
  • gegevensbanken, om er te worden vergeleken of er te worden opgeslagen.
  • § 2. De onderzoeksrechter hoort vooraleer hij de afname onder dwang beveelt, de persoon die er het
  • voorwerp van moet uitmaken, en stelt hem in kennis van de 1° tot 4° opgesomd in § 1, tweede lid.
  • Van de redenen van de eventuele weigering van de afname of van de instemming van de persoon met die
  • maatregel wordt door de onderzoeksrechter melding gemaakt in het proces-verbaal van verhoor.
  • § 3. De afname, het opstellen van het DNA-profiel van het referentiestaal, de vergelijking van DNA-profielen, de
  • overzending van de uitslag aan de onderzoeksrechter, de kennisgeving van de uitslag aan de betrokkene, het
  • tegenonderzoek [3 worden verricht overeenkomstig artikel 90undecies, §§ 2 tot 5]3.
  • De hoedanigheid van de persoon wordt meegedeeld aan de met de vergelijking van de DNA-profielen belaste
  • deskundige [3 , die het referentiestaal en de daaruit afgeleide stalen die DNA bevatten uiterlijk zes maanden na de
  • overzending van zijn verslag vernietigt, tenzij de onderzoeksrechter bij een met redenen omklede beslissing een
  • andere bewaartermijn beveelt om verdere analyse op basis van hetzelfde referentiestaal mogelijk te maken, die
  • niet langer kan zijn dan vijf jaar]3.]1
  • [2 § 4. Ingeval de onderzoeksrechter in het kader van een dossier inzake [3 misdrijven bedoeld in de [4 artikelen
  • 134 of 138]4 van het Strafwetboek]3 beslist om geen DNA-profiel te laten opstellen van sporen of van een
  • referentiestaal aangetroffen of afgenomen bij onderzoek aan het lichaam van het slachtoffer zoals bedoeld in
  • artikel 90bis, verstrekt hij hierover op het einde van het gerechtelijk onderzoek uitleg aan het slachtoffer.]2
  • (1)<Ingevoegd bij W 2011-11-07/16, art. 7, 062; Inwerkingtreding : 01-01-2014 (zie KB 2013-07-17/29, art.
  • 36)>
  • (2)<W 2011-11-30/28, art. 9, 063; Inwerkingtreding : 30-01-2012>
  • (3)<W 2024-03-07/01, art. 9, 120; Inwerkingtreding : 01-03-2024>
  • (4)<W 2026-03-11/03, art. 101, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2026>