C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 314
TITEL II. - Uitoefening van gerechtelijke ambten. — HOOFDSTUK I. - Rangorde en voorrang.
(De hoven, het federaal parket , het parket voor de verkeersveiligheid en de rechtbanken die een openbare plechtigheid bijwonen, nemen onder elkaar de hiërarchische orde in acht.) <W 2001-06-21/42, art. 34, 085; Inwerkingtreding : 20-07-2001>
(De arbeidshoven hebben rang na de hoven van beroep, het federaal parket na de arbeidshoven, het parket voor de verkeersveiligheid na het federaal parket, de arbeidsrechtbanken na de rechtbanken van eerste aanleg en de ondernemingsrechtbanken na de arbeidsrechtbanken.) <W 2001-06-21/42, art. 34, 085; Inwerkingtreding : 20-07-2001>
(In de orde van individuele voorrang hebben de eerste voorzitters van de arbeidshoven rang onmiddellijk na de eerste voorzitters van de hoven van beroep; de procureurs-generaal hebben rang na de eerste voorzitters, (de federale procureur heeft rang na de procureurs-generaal,) de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, de voorzitter van de arbeidsrechtbank en de voorzitter van de ondernemingsrechtbank hebben rang onmiddellijk na de procureurs-generaal; de procureur voor de verkeersveiligheid, de procureur des Konings en de arbeidsauditeur hebben rang na de voorzitters van de rechtbanken; de kamervoorzitters en de raadsheren in het arbeidshof hebben respectievelijk dezelfde rang als de kamervoorzitters, de raadsheren in het hof van beroep en de leden van het parket-generaal en van het auditoraat-generaal (evenals van het federaal parket) rekening gehouden met hun anciënniteit; de raadsheer in sociale zaken hebben de onmiddellijk lagere rang, maar hebben rang vóór alle andere leden van de gerechten van eerste aanleg); <W 2001-06-21/42, art. 34, 085; Inwerkingtreding : 20-07-2001> <W 2001-06-21/42, art. 34, 085; Inwerkingtreding : 20-07-2001>
De afdelingsvoorzitters, afdelingsprocureurs en afdelingsauditeur hebben rang voor de ondervoorzitters. De ondervoorzitters (de rechters en de toegevoegde rechters) in de arbeidsrechtbank en in de ondernemingsrechtbank hebben respectievelijk dezelfde rang als (de ondervoorzitters, de rechters ...) in de rechtbank van eerste aanleg , de substituut-procureurs voor de verkeersveiligheid en de leden van het parket van de procureur des Konings en van het arbeidsauditoraat rekening gehouden met hun ancïenniteit; (, de rechters in de sociale zaken en in handelszaken en de assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank strafuitvoeringszaken) hebben de onmiddellijk lagere rang, vóór de leden van ieder ander gerecht van eerste aanleg.) <W 15-7-1970, art. 22> <W 1998-02-10/32, art. 17, 057; Inwerkingtreding : 02-03-1998> <W 2003- 05-03/45, art. 29, 110; Inwerkingtreding : 02-06-2003> <W 2006-05-17/36, art. 29, 132; Inwerkingtreding : 01- 02-2007>
De voorzitters en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank hebben dezelfde rang als respectievelijk de voorzitters en afdelingsvoorzitters van de rechtbanken, rekening gehouden met hun anciënniteit.
De vrederechters en de rechters in de politierechtbank nemen onder elkaar de orde van dienstouderdom in acht.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2013-12-01/01, art. 82, 179; Inwerkingtreding : 01-04-2014>
- (2)<W 2014-05-05/11, art. 111, 195; Inwerkingtreding : 01-10-2016(zie ook art. 136). Overgangsbepalingen:
- art. 134 en 135>
- (3)<W 2016-05-04/03, art. 95, 203; Inwerkingtreding : 01-10-2016 (zie ook art. 261, zevende en achtste lid)>
- (4)<W 2018-04-15/14, art. 252, 216; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
- (5)<W 2021-12-23/07, art. 48, 238; Inwerkingtreding : 09-01-2022>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 057
- C.jud. Art. 085
- C.jud. Art. 110
- C.jud. Art. 132
- C.jud. Art. 17
- C.jud. Art. 22
- C.jud. Art. 29
- C.jud. Art. 34