Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)

C.jud. Art. 390

BOEK II. - GERECHTELIJKE AMBTEN. — TITEL IV. - Inruststelling, pensionering en emeritaat.

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

De artikelen 383 tot 389 zijn van toepassing op de plaatsvervangende rechters en de plaatsvervangende raadsheren met uitzondering van de artikelen 383, § 1, derde lid, 383bis en 383ter.

In afwijking van artikel 383, § 1, kunnen de plaatsvervangende raadsheren die werden benoemd onder de magistraten die zijn toegelaten tot de inruststelling wegens hun leeftijd, evenwel zetelen tot de leeftijd van 70 jaar. Zij kunnen door de eerste voorzitter van het hof van beroep aangewezen worden als plaatsvervangend magistraat om te zetelen tot de leeftijd van 73 jaar overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in artikel 383, § 2, tweede lid.

De artikelen 383 tot 389 zijn van toepassing op de werkende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank.

Met uitzondering van de artikelen 383, § 1, derde lid, 383bis en 383ter, zijn zij ook van toepassing op de werkende en plaatsvervangende raadsheren in sociale zaken, op de werkende en plaatsvervangende rechters in sociale zaken ... en op de plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank.

Rechters in ondernemingszaken houden op hun ambt uit te oefenen op het einde van de maand in de loop van dewelke zij de leeftijd bereiken van drieënzeventig jaar.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2016-05-04/03, art. 114, 203; Inwerkingtreding : 01-10-2016 (zie ook art. 261, zevende en achtste lid)>
  • (2)<W 2019-05-05/19, art. 99, 225; Inwerkingtreding : 29-06-2019>
  • (3)<W 2026-05-30/02, art. 98, 269; Inwerkingtreding : 01-06-2026>