C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 58–555)
C.jud. Art. 393
TITEL IV. - Inruststelling, pensionering en emeritaat. — HOOFDSTUK II. - Pensioen en emeritaat.
(§ 1.) Wegens hun diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten wordt vier jaar werkelijke dienst in de magistratuur aangerekend ten voordele van de magistraten die ... niet het vereiste aantal dienstjaren hebben om het bij de wet bepaalde maximumpensioen te verkrijgen. <W 2003-03-09/53, art. 2, 112; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
(§ 2. De gerechtelijke stage en de diensttijd als magistraat in opleiding worden beschouwd als werkelijke diensttijd in de magistratuur. Voor de berekening van het rustpensioen wordt deze diensttijd in aanmerking genomen naar rata van 1/60 per jaar dienst tenzij het pensioen berekend wordt met toepassing van de artikelen 391 of 391/1.) <W 2003-03-09/53, art. 2, 112; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2026-05-30/02, art. 102, 269; Inwerkingtreding : 01-06-2026>