C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 1056
TITEL III. _ Hoger beroep. — HOOFDSTUK I. _ Algemene bepalingen.
Het hoger beroep wordt ingesteld :
1° bij akte van een gerechtsdeurwaarder die aan de tegenpartij wordt betekend.
(Lid 2 opgeheven) <W 1999-03-22/55, art. 2, 047; Inwerkingtreding : 05-10-1999>
2° bij een verzoekschrift dat, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, ingediend wordt op de griffie van het gerecht in hoger beroep en door de griffier aan de gedaagde partij en, in voorkomend geval, aan haar advokaat bij gerechtsbrief ter kennis gebracht uiterlijk de eerste werkdag nadat het is ingediend;
3° (bij ter post aangetekende brief die aan de griffie wordt gezonden, wanneer de wet deze wijze van voorziening uitdrukkelijk voorschrijft, alsmede in de materies bedoeld bij de artikelen (579, 6°,) 579, 7°, 580, 2° , 3° , 6° , 7° , 8° , 9° , (10° en 11°), 581, 2° , 582, 1° en 2° , en 583) <W 30-6-1971, art. 28> <W 20-6-1975, art. 13> <W 22-12-1977, art. 166> <W 2006-12-27/30, art. 129, 082; Inwerkingtreding : 01-04-2007>
bij conclusie, ten aanzien van iedere partij die bij het geding aanwezig of vertegenwoordigd is.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<KB 22 2020-06-04/12, art. 27, 179; Inwerkingtreding : 11-03-2020>
Verwijst naar
- C.jud. Art. 047
- C.jud. Art. 082
- C.jud. Art. 129
- C.jud. Art. 13
- C.jud. Art. 166
- C.jud. Art. 2
- C.jud. Art. 28