C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)
C.jud. Art. 1233
BOEK IV. _ BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN. — HOOFDSTUK IX. <W 2001-04-29/39, art. 67, 054; Inwerkingtreding : 01-08-2001> - Voogdij over minderjarigen
<W 2001-04-29/39, art. 67, 054; Inwerkingtreding : 01-08-2001> § 1. De artikelen 1026 tot 1034 zijn van toepassing, zulks onder voorbehoud van de volgende bepalingen :
1° het verzoekschrift wordt ondertekend door de partij of door de advocaat van de partij;
2° de rechter roept de minderjarige op om hem te horen, zulks indien hij twaalf jaar oud is in procedures die zijn persoon aanbelangen en indien hij vijftien jaar oud is in procedures die betrekking hebben op zijn goederen. Het bepaalde in artikel 1004/1, §§ 5 tot 7, is van overeenkomstige toepassing;
3° indien artikel 394, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek wordt toegepast, vermeldt de beschikking de naam, de voornaam en de woonplaats van de bloedverwanten in de opgaande lijn van de minderjarige, alsook die van zijn meerderjarige broers en zusters en, van de broers en zusters van de ouders van de minderjarige. Zij worden als tussenkomende partijen beschouwd;
4° iedere beslissing wordt na de uitspraak ervan ter kennis gebracht van het openbaar ministerie;
5° een uittreksel uit de beslissing houdende benoeming van de voogd wordt binnen acht dagen te rekenen van de uitspraak ter kennis gebracht van de burgemeester van de gemeente waar de minderjarige zijn woonplaats heeft.
§ 2. De bepalingen van paragraaf 1, 2° tot 5°, zijn evenwel niet van toepassing bij de benoeming van een voogd ad hoc of van een toeziende voogd ad hoc.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2014-05-05/09, art. 31, 129; Inwerkingtreding : 18-07-2014>
- (2)<W 2013-07-30/23, art. 191, 130; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
- (3)<W 2024-03-28/60, art. 101, 203; Inwerkingtreding : 08-04-2024>