Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 664–1385)

C.jud. Art. 838

TITEL III. _ Tussengeschillen en bewijs. — HOOFDSTUK V. _ Wraking en verschoning.

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

(Binnen drie dagen na het antwoord van de rechter die weigert zich van de zaak te onthouden of bij gebreke van een antwoord binnen die termijn, zendt de griffier de akte van wraking en de verklaring van de rechter, indien er een is, aan de procureur des Konings wanneer het een vrederechter of een rechter van de politierechtbank betreft, aan de procureur-generaal bij het hof van beroep wanneer het een lid van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank of van de ondernemingsrechtbank betreft, aan de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie wanneer het een lid van het hof van beroep of van het arbeidshof betreft of wanneer het een lid van het Hof van Cassatie betreft.) <W 1998-03-12/38, art. 7, 037, Inwerkingtreding : 1998-04-12>

(Over de wraking wordt binnen acht dagen in laatste aanleg uitspraak gedaan door de rechtbank van eerste aanleg, door het hof van beroep, door het arbeidshof of door het Hof van Cassatie, naar gelang van het geval, op de conclusie van het openbaar ministerie, nadat de partijen behoorlijk zijn opgeroepen om hun opmerkingen te horen.) <W 1998-03-12/38, art. 7, 037, Inwerkingtreding : 1998-04-12>

Indien daarenboven een geldboete wegens kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond verzoek verantwoord kan zijn, wordt, bij dezelfde beslissing, een rechtsdag bepaald op een nabije datum, waarop alleen dit punt wordt behandeld. De griffier roept de partijen bij gerechtsbrief op om tegen die datum hun opmerkingen schriftelijk mee te delen.

De geldboete bedraagt vijftien euro tot tweeduizend vijfhonderd euro. De Koning kan het minimum- en maximumbedrag om de vijf jaar aanpassen aan de kosten van het levensonderhoud. De Koning duidt het bestuursorgaan aan dat instaat voor de inning van de boete met aanwending van alle middelen van recht.

(lid 3 opgeheven) <W 2007-04-26/71, art. 25, 088; Inwerkingtreding : 22-06-2007>

(lid 4 opgeheven) <W 2007-04-26/71, art. 25, 088; Inwerkingtreding : 22-06-2007>

Binnen achtenveertig uren na de beslissing brengt de griffier deze ter kennis van de partijen bij gerechtsbrief. De termijn om cassatieberoep in te stellen, begint te lopen vanaf deze kennisgeving.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2014-04-10/57, art. 5, 126; Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  • (2)<W 2018-04-15/14, art. 252, 163; Inwerkingtreding : 01-11-2018>
  • (3)<W 2021-11-28/01, art. 2, 188; Inwerkingtreding : 10-12-2021>