C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 1386–1675)
C.jud. Art. 1444
TITEL II. - BEWAREND BESLAG. — HOOFDSTUK III. - Bewarend beslag op onroerend goed.
Vanaf de dag waarop het beslag is overgeschreven, kan geen daad van vervreemding of vestiging van hypotheek betreffende het in beslag genomen onroerend goed worden ingeroepen tegen de schuldeiser die bewarend beslag heeft gelegd.
Hetzelfde geldt voor de vervreemdingen of vestigingen van hypotheek die aan de overschrijving van het beslag zijn voorafgegaan, maar op dat tijdstip nog niet overgeschreven of ingeschreven waren.
De in de eerste twee leden bedoelde vervreemdingen of vestigingen van hypotheek kunnen echter tegen de beslagleggende schuldeiser worden ingeroepen, indien de verkrijger of de hypothecaire schuldeiser een toereikend bedrag in consignatie geeft om de oorzaken van het beslag in hoofdsom en toebehoren te voldoen, voor zover de rechten van de beslaglegger nadien worden erkend. In geval van betwisting wordt het bedrag van deze consignatie bepaald door de beslagrechter.
De regel van het tweede lid vindt geen toepassing, wanneer het betreft:
1° de vernieuwing van een vorige niet vervallen hypothecaire inschrijving;
2° de wettelijke hypotheek die de invordering van successierechten waarborgt, overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek der successierechten;
3° de wettelijke hypotheek die de invordering waarborgt van de directe belastingen in hoofdsom en opcentiemen en met bijvoeging van de intresten en kosten, voor zover ze ingeschreven is binnen acht werkdagen na de afgifte ter post van het bericht dat bedoeld is in artikel 1432.