C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 1676–1723)
C.jud. Art. 1720
TITEL IV. Collectieve schuldenregeling. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 01-01- — Hoofdstuk VIII. [1 Erkenning en uitvoerbaarverklaring van de arbitrale uitspraken]1
§ 1. De rechtbank van eerste aanleg is bevoegd om kennis te nemen van een vordering inzake erkenning en uitvoerbaarverklaring van een in België of in het buitenland gedane arbitrale uitspraak.
§ 1/1. De vordering wordt ingesteld en behandeld op eenzijdig verzoekschrift. De rechtbank beslist in eerste en laatste aanleg overeenkomstig artikel 1680, § 5. De verzoeker moet woonplaats kiezen in het rechtsgebied van de rechtbank.
§ 2. Wanneer de uitspraak in het buitenland werd gedaan, is de territoriaal bevoegde rechtbank de rechtbank van eerste aanleg van de zetel van het hof van beroep in wiens rechtsgebied de persoon tegen wie de uitvoerbaarverklaring wordt gevorderd zijn woonplaats of, bij afwezigheid daarvan, zijn gewone verblijfplaats, of, in voorkomend geval, zijn maatschappelijke zetel of bij afwezigheid daarvan, zijn vestigingsplaats of zijn bijkantoor heeft. Indien die persoon in België geen woonplaats of gewone verblijfplaats, geen zetel of vestigingsplaats of bijkantoor heeft, wordt de vordering gebracht voor de rechtbank van eerste aanleg van de zetel van het hof van beroep waarin het arrondissement ligt waar de uitspraak moet worden uitgevoerd.
§ 3. ....
§ 4. De verzoeker moet of het origineel van de arbitrale uitspraak, zijnde een arbitrale uitspraak voorzien van een door de arbiters handgeschreven handtekening of een gekwalificeerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, of een eensluidend verklaarde kopie van de arbitrale uitspraak voorleggen.
§ 5. De arbitrale uitspraak mag alleen erkend of uitvoerbaar verklaard worden indien zij de in artikel 1721 gestelde voorwaarden niet schendt.
§ 6. De verzoeker moet de beslissing tot erkenning en uitvoerbaarverklaring van de arbitrale uitspraak doen betekenen aan hem tegen wie tenuitvoerlegging is verzocht. Onverminderd het bepaalde in artikel 1717, § 7, kan binnen een maand na deze betekening tegen de beslissing tot erkenning en uitvoerbaarverklaring derdenverzet bij de rechtbank van eerste aanleg die de bestreden beslissing heeft gewezen worden gedaan.
§ 7. De beslissing tot erkenning en uitvoerbaarverklaring van een arbitrale uitspraak heeft geen gevolg voor zover de arbitrale uitspraak is vernietigd.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2013-06-24/03, art. 55, 004; Inwerkingtreding : 01-09-2013>
- (2)<W 2016-12-25/14, art. 103, 007; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
- (3)<W 2024-03-28/60, art. 117, 009; Inwerkingtreding : 08-04-2024>