C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 1724–1737)
C.jud. Art. 1731
TITEL IV. Collectieve schuldenregeling. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 01-01- — HOOFDSTUK II. [1 - De buitengerechtelijke bemiddeling.]1
<Ingevoegd bij W 2005-02-21/36, art. 15; Inwerkingtreding : 30-09-2005> § 1. De partijen bepalen onderling, in samenspraak met de bemiddelaar, de nadere regels van het verloop van de bemiddeling, alsmede de duur ervan. Die overeenkomst wordt schriftelijk vastgelegd in een bemiddelingsprotocol dat wordt ondertekend door de partijen en de bemiddelaar. De bemiddelingskosten en erelonen komen gelijkelijk ten laste van de partijen, tenzij die er anders over beslissen.
§ 2. Het bemiddelingsprotocol bevat :
1° de naam en de woonplaats van de partijen en hun raadslieden;
2° de naam, de hoedanigheid en het adres van de bemiddelaar, en in voorkomend geval de vermelding dat de bemiddelaar erkend is door de in artikel 1727 bedoelde commissie;
3° de herinnering aan het principe dat bemiddeling op vrijwillige basis geschiedt;
4° een beknopt overzicht van het geschil;
5° de vertrouwelijkheid die wordt gehecht aan de documenten en de mededelingen in het kader van bemiddeling;
6° de wijze waarop het ereloon van de bemiddelaar, het tarief ervan, alsook de betalingsvoorwaarden worden bepaald;
7° de datum;
8° de ondertekening door de partijen en de bemiddelaar.
§ 3. De ondertekening van het protocol schorst de verjaringstermijn voor de duur van de bemiddeling.
§ 4. Behoudens uitdrukkelijk akkoord van de partijen, eindigt de schorsing van de verjaringstermijn één maand na kennisgeving door een van de partijen, of door de bemiddelaar aan de andere partij of partijen, van hun wil om een einde te maken aan de bemiddeling. Deze kennisgeving gebeurt bij aangetekende brief.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2018-06-18/03, art. 224, 006; Inwerkingtreding : 12-07-2018>