C.jud. · Gerechtelijk Wetboek (art. 1724–1737)
C.jud. Art. 1736
TITEL IV. Collectieve schuldenregeling. <Ingevoegd bij W 1998-07-05/57, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 01-01- — HOOFDSTUK III. - De gerechtelijke bemiddeling. <Ingevoegd bij W 2005-02-21/36, art. 18; Inwerkingtreding :
<Ingevoegd bij W 2005-02-21/36, art. 20; Inwerkingtreding : 30-09-2005> De bemiddeling verloopt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 1731 en 1732.
Bij afloop van zijn opdracht meldt de bemiddelaar de rechter schriftelijk of de partijen al dan niet tot een akkoord zijn gekomen.
Zo de bemiddeling tot een, zelfs gedeeltelijk bemiddelingsakkoord leidt, kunnen de partijen of één van hen overeenkomstig artikel 1043 de rechter verzoeken dat akkoord te homologeren.
Indien de bemiddeling betrekking heeft op aangelegenheden bedoeld in artikel 1004/1 vermeldt het bemiddelingsakkoord dat de bemiddelaar de aandacht van de partijen heeft gevestigd op het belang van het kind en verduidelijkt het op welke wijze rekening is gehouden met dat belang.
De rechter kan de homologatie van het akkoord alleen weigeren indien het strijdig is met de openbare orde of indien het akkoord dat bekomen werd na een bemiddeling in familiezaken strijdig is met het belang van de minderjarige kinderen. Indien het akkoord de in het vierde lid bedoelde informatie niet bevat, vraagt de rechter de partijen hun akkoord op dit punt aan te vullen en schorst hij de behandeling van het verzoek totdat de partijen het akkoord hebben aangevuld.
Zo de bemiddeling niet tot een volledig bemiddelingsakkoord heeft geleid, wordt de procedure op de vastgestelde dag voortgezet, maar behoudt de rechter de mogelijkheid om, zo hij dat opportuun acht en alle partijen ermee instemmen, de opdracht van de bemiddelaar voor een door hem bepaalde termijn te verlengen.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2024-03-28/60, art. 120, 011; Inwerkingtreding : 08-04-2024>