Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 238
HOOFDSTUK II. - Wedden. — Afdeling II. - In aanmerking komende diensten.
<BWG 2007-02-15/58, art. 62, 015; Inwerkingtreding : 12-04-2007> § 1. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit vormen de daadwerkelijke diensten die de ambtenaar in statutair dan wel contractueel dienstverband en zonder vrijwillige onderbreking uitgevoerd heeft bij volgende instellingen, eveneens toelaatbare diensten :
1° elke instelling van internationaal recht waarvan de federale Staat, een Gewest of een Gemeenschap lid zijn;
2° elke instelling, al dan niet opgericht als aparte rechtspersoon, die ressorteert onder de wetgevende, uitvoerende of gerechtelijke macht, van de federale Staat, een Gewest, een Gemeenschap of een Gemeenschapscommissie;
3° elke instelling die onder een provincie, een gemeente, een vereniging van gemeenten, een agglomeratie of een federatie van gemeenten ressorteert, en elke instelling die ressorteert onder een instelling die ondergeschikt is aan een provincie of een gemeente;
4° elke andere instelling van Belgisch recht die inspeelt op collectieve behoeften van algemeen of plaatselijk nut en waarvan de leiding vaststelbaar overwegend in handen is van de overheid;
5° elke instelling van internationaal recht waarvan een andere Staat van de Europese Economische Ruimte lid is, of Zwitserland of een onderdeel van één van die Staten dat vergelijkbaar is met een Gewest of een Gemeenschap;
6° elke instelling van een andere Staat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, vergelijkbaar met de instellingen bedoeld in 2° en 4°;
7° elke onderwijsinstelling of -inrichting, vrij gesubventioneerde dienst voor school- of beroepsoriëntatie of psychologisch-medisch-sociaal centrum en elke vergelijkbare instelling of inrichting, dienst of centrum van een andere Staat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.
§ 2. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit met een maximum van zes jaar vormen de diensten gepresteerd als werkloze tewerkgesteld bij de Belgische overheid en in een hoedanigheid die vergelijkbaar is met de hoedanigheid van werkloze tewerkgesteld in een andere Staat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, eveneens toelaatbare diensten.
§ 3. Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit met een maximum van zes jaar komen ook in aanmerking :
1°de diensten gepresteerd in statutair of contractueel dienstverband bij de overheid van een andere Staat dan die bedoeld in § 1;
2° de diensten gepresteerd in de privésector;
3° de activiteitenperiodes als zelfstandige.
De in het eerste lid bedoelde duur wordt op tien jaar gebracht indien het diensten of activiteitenperiodes betreft, die overeenstemmen met een beroepservaring vereist bij de aanwerving.
Voor de berekening van de geldelijke anciënniteit met een maximum van vier jaar komen ook in aanmerking, de periodes waarin de ambtenaar ingeschreven is voor een doctoraat in een universitaire openbare of privé-instelling. Die maatregel is van toepassing op de ambtenaar die houder is van een academische graad van doctor van niveau 8 in de zin van artikel 6 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten alsmede op de ambtenaar die houder is van een academische graad van doctor gekregen in een buitenlandse universitaire instelling die als gelijkwaardig wordt erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 20 juli 1971 tot vaststelling van de voorwaarden tot en de procedure van het verlenen van de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<BWG 2012-10-18/04, art. 22, 032; Inwerkingtreding : 01-11-2012>
- Art. 239. (Voorheen LI.TXV.CII.7.) Eveneens in aanmerking komen, de diensten die ambtenaar heeft verricht in een ambt bedoeld in artikel LI.TXV.CII.6, maar
- met onvolledige prestaties, ten bedrage van de evenredige duur van een voltijds ambt dat deze diensten opleveren wanneer ze verricht worden.
- Art. 240. (Voorheen LI.TXV.CII.8.) § 1. De in aanmerking komende diensten die volle maanden bedragen worden rechtstreeks meegerekend in de geldelijke
- anciënniteit.
- § 2. De in aanmerking komende diensten, die maandgedeelten bedragen, worden aan het einde van het jaar opgeteld. De maandgedeelten met perioden van
- dertig dagen worden in de geldelijke anciënniteit meegerekend als één maand per periode van dertig dagen.
- De in het eerste lid bedoelde diensten hebben in de geldelijke anciënniteit slechts uitwerking met ingang van 1 januari van het volgende jaar. Die diensten
- hebben echter uitwerking vanaf de datum van de werving als ambtenaar of stagiair of van de eerste dag van de maand na de werving in die hoedanigheid
- wanneer de wervingsdatum niet overeenstemt met de eerste dag van de maand.
- De maandgedeelten, die aan het einde van het jaar minder dan dertig dagen bedragen, worden naar het volgende jaar overgebracht waar ze aan het einde
- van het boekjaar opnieuw worden onderworpen aan de in het eerste en het tweede lid bedoelde bepalingen.
- Art. 241. (Voorheen LI.TXV.CII.9.) De duur van de diensten die in aanmerking komen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit mag nooit langer zijn
- dan de reële duur van de periodes waarop de werkelijke diensten betrekking hebben.
- De duur van de in aanmerking komende diensten die de ambtenaar in het onderwijs ad interim of als tijdelijke heeft verricht, wordt vastgesteld aan de hand
- van het attest afgegeven door de bevoegde autoriteiten.
- De op dit attest vermelde volledige prestaties, waarvoor de betaling in 10den gebeurde en die per schooljaar geen volledig jaar werkelijke diensten
- vertegenwoordigen, worden dag per dag samengeteld. Het totale aantal aldus gewerkte dagen met volledige prestaties wordt vermenigvuldigd met 1,2. Het
- totaal van deze rekenkundige bewerking wordt vervolgens gedeeld door 30. Het verkregen product geeft het aantal in aanmerking te nemen maanden; met
- de rest wordt rekening gehouden op de in artikel LI.TXV.CII.8 (NOTA : nu 240), § 2, bedoelde wijze.
- De op hetzelfde attest vermelde volledige prestaties, die bewijzen dat de ambtenaar een volledig schooljaar heeft gewerkt, gelden voor een totaal van 300
- dagen en leveren één jaar in aanmerking te nemen diensten op.
Verwijst naar
- Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 015
- Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 62