Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 398
BOEK III. - VERLOVEN EN ANDERE AFWEZIGHEDEN VAN DE AMBTENAREN. — HOOFDSTUK VI. [1 - Adoptieverlof en opvangverlof.]1
§ 1. Het personeelslid dat, in het kader van een adoptie, een minderjarig kind in zijn gezin opneemt, krijgt een adoptieverlof van acht weken.
De duur van het in het eerste lid bedoelde verlof wordt verlengd:
1° met een week vanaf 1 januari 2023;
2° met twee weken vanaf 1 januari 2025;
3° met drie weken vanaf 1 januari 2027.
Het tweede lid is enkel van toepassing op de aanvragen die vanaf de inwerkingtreding van de betrokken verlenging worden ingediend en voor zover het adoptieverlof ten vroegste aanvangt vanaf dezelfde datum van inwerkingtreding.
De duur van het adoptieverlof wordt verdubbeld wanneer het kind wegens zijn handicap in aanmerking komt voor de toeslag op de kinderbijslag krachtens de op hem toepasselijke regeling inzake de kinderbijslag.
De duur van het adoptieverlof, in voorkomend geval verdubbeld krachtens het vierde lid, wordt met twee weken verlengd bij gelijktijdige adoptie van meerdere minderjarige kinderen.
§ 2. Het adoptieverlof kan in weken gesplitst worden en dient te worden genomen uiterlijk binnen de vier maanden die volgen op de datum waarop het kind in het gezin van het personeelslid wordt opgenomen. Die termijn wordt op acht maanden gebracht wanneer de duur van het adoptieverlof is verdubbeld overeenkomstig paragraaf 1, vierde lid.
De opvang wordt bewezen door de inschrijving in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingenregister van zijn gemeente van verblijfplaats.
§ 3. In geval van internationale adoptie en in afwijking van paragraaf 1, eerste lid, kan het adoptieverlof worden genomen vanaf de dag nadat de bevoegde centrale autoriteit van de Gemeenschap de beslissing om het kind aan het personeelslid toe te vertrouwen, heeft goedgekeurd, overeenkomstig de artikelen 361-3, 5°, of 361-5, 4°, van het Burgerlijk Wetboek, teneinde het kind in de Staat van herkomst op te halen.
In dat geval dient het personeelslid een verklaring van de bevoegde centrale autoriteit van de Gemeenschap over te leggen waarin wordt bevestigd dat het kind aan het personeelslid is toevertrouwd.
§ 4. Het personeelslid dat in het kader van een toezichts- of plaatsingsprocedure voor een minderjarig kind gedurende een ononderbroken periode van ten minste zes maanden is belast met de zorg voor dat minderjarig kind in zijn gezin, heeft ten behoeve van de zorg voor dat kind en slechts eenmaal voor hetzelfde kind recht op acht weken opvangverlof.
In dat geval legt het personeelslid de beslissing over van de bevoegde rechterlijke instantie of dienst waarbij hem of haar het recht wordt verleend het kind op te vangen.
De duur van het in het eerste lid bedoelde verlof wordt verlengd:
1° met een week vanaf 1 januari 2023;
2° met twee weken vanaf 1 januari 2025;
3° met drie weken vanaf 1 januari 2027.
Het derde lid is enkel van toepassing op de aanvragen die vanaf de inwerkingtreding van de betrokken verlenging worden ingediend en op voorwaarde dat het opvangverlof op zijn vroegst ingaat op dezelfde datum van de inwerkingtreding.
De duur van het in het eerste lid bedoelde opvangverlof wordt verdubbeld wanneer het kind wegens zijn handicap in aanmerking komt voor de toeslag op de kinderbijslag krachtens de op hem toepasselijke regeling inzake de kinderbijslag.
De duur van het in het eerste lid bedoelde opvangverlof, in voorkomend geval verdubbeld krachtens het vijfde lid, wordt met twee weken verlengd bij gelijktijdige opvang van meerdere minderjarige kinderen.
§ 5. Het opvangverlof kan in weken gesplitst worden en dient te worden genomen uiterlijk binnen de vier maanden die volgen op de datum waarop het kind in het gezin van het personeelslid wordt opgenomen. Die termijn wordt op acht maanden gebracht wanneer de duur van het opvangverlof overeenkomstig paragraaf 4, vijfde lid is verdubbeld.
De opvang wordt bewezen door de inschrijving in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingenregister van zijn gemeente van verblijfplaats.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<BWG 2021-04-22/10, art. 2, 076; Inwerkingtreding : 01-01-2021>
- Art. 399.[1 Het adoptieverlof en het opvangverlof worden gelijkgesteld met perioden van dienstactiviteit.
- [2 ...]2]1
- (1)<BWG 2021-04-22/10, art. 3, 076; Inwerkingtreding : 01-01-2021>
- (2)<BWG 2022-12-01/05, art. 9, 082; Inwerkingtreding : 01-01-2023>