Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 400
BOEK III. - VERLOVEN EN ANDERE AFWEZIGHEDEN VAN DE AMBTENAREN. — HOOFDSTUK VII. - Ouderschapsverlof.
(Voorheen LIII.CVII.1.) § 1. Het personeelslid in dienstactiviteit krijgt bij de geboorte de adoptie van een kind of de opvang van een kind in het kader van een langdurige pleegzorg als bedoeld in artikel 30sexies, lid 6, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten."; een ouderschapsverlof dat genomen kan worden :
1° hetzij gedurende een periode van vier maanden in het raam van de volledige loopbaanonderbreking bedoeld in artikel 100 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen; op verzoek van het personeelslid kan deze periode worden opgesplitst in maanden;
2° hetzij gedurende een periode van acht maanden in het raam van de halftijdse loopbaanonderbreking bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet; op verzoek van het personeelslid kan deze periode worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud hiervan;
2/1° in het kader van zijn aanwijzing als pleegouder door de rechtbank, door een door de bevoegde gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg of door de bevoegde gemeenschapsdiensten inzake jeugdbescherming, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer zijn verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt; Het personeelslid kan van dit recht gebruikmaken, voor zover en zolang het betrokken kind bij hem is geplaatst in het kader van een langdurige pleegzorg als bedoeld in artikel 30sexies, lid 6, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Uiterlijk bij het begin van het verlof legt de werknemer de werkgever het document of de documenten voor ter staving van de gebeurtenis die het recht op ouderschapsverlof doet ontstaan;
3° hetzij gedurende een periode van twintig maanden in het raam van de loopbaanonderbreking met één vijfde zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet; op verzoek van het personeelslid kan deze periode worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud hiervan.
hetzij gedurende een periode van veertig maanden in het kader van de onderbreking van een tiende van de beroepsloopbaan bedoeld in artikel 102 van de voornoemde wet; op verzoek van het personeelslid kan deze periode worden opgesplitst in perioden van tien maanden of een veelvoud van dit cijfer.
De ambtenaar heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten vermeld in het eerste lid.Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand volledige loopbaanonderbreking gelijk is aan twee maanden halftijdse loopbaanonderbreking en gelijk is aan vijf maanden loopbaanonderbreking met één vijfde en aan tien maanden loopbaanonderbreking met één tiende..
De ambtenaar heeft recht op het ouderschapsverlof :
1° naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind twaalf jaar wordt;
2° in het kader van de adoptie van een kind, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer zijn verblijfplaats heeft, en dit uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt;
3°wanneer het kind wegens zijn handicap in aanmerking komt voor de toeslag op de kinderbijslag krachtens de op hem toepasselijke regeling inzake de kinderbijslag, tot het kind eenentwintig jaar wordt. .
Aan de voorwaarde van de twaalfde of de eenentwintigste verjaardag moet zijn voldaan uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof.
§ 2. Het bij dit artikel bedoelde ouderschapsverlof wordt niet bezoldigd; het wordt voor het overige gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
§ 3. Onder voorbehoud van de bepalingen van dit artikel is het ouderschapsverlof voor het overige onderworpen aan de bepalingen van hoofdstuk XIII van Boek III.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<BWG 2009-03-27/47, art. 166, 024; Inwerkingtreding : 01-05-2009>
- (2)<BWG 2013-01-31/10, art. 5, 036; Inwerkingtreding : 01-03-2013>
- (3)<BWG 2013-05-16/04, art. 2, 037; Inwerkingtreding : 27-05-2013>
- (4)<BWG 2022-04-06/05, art. 5, 081; Inwerkingtreding : 01-06-2022>
- (5)<BWG 2026-05-13/07, art. 2, 095; Inwerkingtreding : 07-06-2026>
Verwijst naar
- Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 30sexies