CODIP · 16 JULI 2004. - Wet houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht
CODIP Art. 61
HOOFDSTUK V. - [1 Afstamming en adoptieve afstamming]1 — Afdeling I. - [1 Afstamming]1
De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende de vaststelling of betwisting van een afstammingsband, naast de gevallen voorzien in de algemene bepalingen van deze wet, indien :
1° het kind bij de instelling van de vordering zijn gewone verblijfplaats in België heeft;
2° de persoon ten opzichte van wie de afstamming wordt aangevoerd of betwist, bij de instelling van de vordering zijn gewone verblijfplaats in België heeft; of
3° het kind en de persoon ten opzichte van wie de afstamming wordt aangevoerd of betwist, bij de instelling van de vordering Belg zijn.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<W 2014-12-18/01, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
- Recht toepasselijk op de afstamming.