Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code wallon de l'action sociale et de la santé - Partie décr · 29 SEPTEMBER 2011. - Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid

Code wallon de l'action sociale et de la santé - Partie décr Art. 570

Afdeling 2. [1 - Diensten voor geestelijke gezondheidszorg]1 — Onderafdeling 1. [1 - Opdracht en werking]1

Van krachtOfficiële tekst

FRNL (vertaling)

§ 1. Voor elke begunstigde wordt een individueel dossier aangelegd met de medische, sociale en administratieve gegevens , die bedoeld zijn in lid 2 en die noodzakelijk, toereikend en relevant zijn voor de zorg om het geestelijke gezondheidsprobleem te behandelen waarvoor de begunstigde hulp zoekt bij de dienst voor geestelijke gezondheidszorg, met inbegrip van de continuïteit van de zorgverlening, met inachtneming van de deontologische regels en van de regels inzake bescherming van de private levensfeer.

Het individuele dossier van de begunstigde bevat alleen de volgende gegevens:

"1° de identificatie van de begunstigde aan de hand van zijn identificatienummer bij de Sociale Zekerheid (INSZ), naam, geslacht, geboortedatum, adres, telefoonnummers en, indien van toepassing, e-mailadres(sen)";

2° de identificatie van de huisarts van de begunstigde en, in voorkomend geval, van de geneesheer of andere beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg die door de begunstigde is aangewezen overeenkomstig artikel 548;

3° de persoonlijke identificatie van de leden van het multidisciplinaire team dat betrokken is bij de verzorging van de begunstigde;

4° de identificatie van de leden van het net, waaronder het lid dat verantwoordelijk is voor de doorverwijzing naar de dienst;

5° de reden van de bijstandsaanvraag of het probleem op het ogenblik van de bijstandsaanvraag;

6° de persoonlijke en familiale voorgeschiedenis van de begunstigde;

7° de resultaten van onderzoeken zoals klinische, radiologische, biologische, functionele en histo-pathologische onderzoeken die nuttig zijn voor de behandeling van de begunstigde;

8° aantekeningen van gesprekken met de begunstigde, andere beroepsbeoefenaars uit de gezondheidssector of derden, die relevant zijn voor de zorg voor de begunstigde;

9° de van de begunstigde of van derden ontvangen attesten, verslagen of adviezen;

10° de gezondheidsdoelstellingen en de wensen van de begunstigde;

11° de laatste diagnose gesteld door de betrokken gezondheidswerker;

12° de identificatie van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 12 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg;

13° een chronologisch overzicht van de verstrekte geneeskundige verzorging en diensten, met vermelding van de aard ervan, de datum en de identiteit van het betrokken lid van het multidisciplinair team;

14° de evolutie van de pathologie indien relevant;

15° doorverwijzingen naar andere zorgverleners, diensten of derden;

16° medicijnen, met het medicatieschema, inclusief medicijnen voor andere aandoeningen;

17° complicaties of co-morbiditeiten die verdere behandeling vereisen;

18° een verklaring dat met toepassing van de artikelen 573, § 2, en 574, § 3, informatie is meegedeeld aan een vertrouwenspersoon of aan de begunstigde in aanwezigheid van een vertrouwenspersoon, en de identiteit van deze vertrouwenspersoon;

19° het uitdrukkelijk verzoek van de begunstigde om geen informatie te verstrekken overeenkomstig de artikelen 573, § 3, en 574, § 3;

20° de redenen voor het niet meedelen van informatie aan de begunstigde overeenkomstig artikel 573, § 4;

21° het verzoek van de begunstigde overeenkomstig paragraaf 3 om te worden bijgestaan door een door hem aangewezen vertrouwenspersoon of om zijn raadplegingsrecht via die persoon uit te oefenen, en de identiteit van die vertrouwenspersoon;

22° de redenen voor de volledige of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek van een vertegenwoordiger van de begunstigde om het dossier van de begunstigde te raadplegen of er een afschrift van te krijgen overeenkomstig artikel 579, § 1;

23° de redenen voor het niet meedelen van informatie aan de begunstigde overeenkomstig artikel 579, § 2;

24° het tarief dat wordt toegepast op de begunstigde;

25° het inlichtingenblad voor het verzamelen van socio-epidemiologische gegevens bedoeld in artikel 585.

Onverminderd andere wetsbepalingen, worden de individuele dossiers door de dienst voor geestelijke gezondheidszorg ten minste dertig jaar en ten hoogste vijftig jaar na het laatste contact met de betrokken begunstigde dat in het individuele dossier is opgenomen bewaard onder de verantwoordelijkheid van de administratief directeur. Het individueel dossier wordt aangevuld met informatie uit de balans bedoeld in artikel 572, § 2, en met de informatie uit het eventuele overleg dat binnen het netwerk wordt uitgevoerd. Het individuele dossier is een voorwaarde voor de zorgverlening aan de begunstigde; als de begunstigde weigert toestemming te geven voor het bijhouden van zijn individuele dossier, wordt zijn zorg onmiddellijk beëindigd. De begunstigde ondertekent een document dat toestemming geeft voor het bijhouden van het individuele dossier en de uitwisseling van gegevens tussen de leden van het multidisciplinaire team.

De dienstgeestelijke gezondheidszorg is verantwoordelijk voor de behandeling.

§ 2. De begunstigde heeft vanwege het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg recht op een zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard individueel dossier.

Op verzoek van de begunstigde voegt het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg de door hem verstrekte stukken toe aan zijn dossier.

§ 3. De begunstigde heeft recht op inzage van zijn dossier. De Regering bepaalt de modaliteiten van het verzoek om inzage.

Aan het verzoek waarbij de begunstigde zijn dossier wenst in te kijken wordt zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst ervan gevolg gegeven.

De persoonlijke aantekeningen van een lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg en de gegevens die betrekking hebben op derden zijn van het inzagerecht uitgesloten.

De begunstigde kan zich op eigen verzoek laten bijstaan door een vertrouwenspersoon die hij aanwijst of zijn inzagerecht door die persoon laten uitoefenen. Indien die persoon een lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg of van een andere dienst voor geestelijke gezondheidszorg is, neemt hij ook inzage van de persoonlijke aantekeningen bedoeld in het derde lid. In voorkomend geval wordt het verzoek van de begunstigde schriftelijk ingediend en wordt het verzoek, samen met de identiteit van de vertrouwenspersoon, geregistreerd of toegevoegd aan het dossier van de begunstigde.

Indien het dossier van de begunstigde een schriftelijke motivering bevat, zoals bedoeld in artikel 573, § 4, tweede lid, die nog steeds relevant is, oefent de begunstigde zijn recht op inzage van het dossier uit via een door hem aangewezen lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg of van een andere dienst voor geestelijke gezondheidszorg. Dat lid neemt ook inzage van de persoonlijke aantekeningen bedoeld in het derde lid.

De in lid 5 bedoelde situatie waarin de begunstigde zijn recht op inzage van zijn persoonlijk dossier uitsluitend kan uitoefenen door tussenkomst van een lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg of een andere door hem aangewezen dienst voor geestelijke gezondheidszorg wanneer zijn dossier een schriftelijke motivering bevat als bedoeld in artikel 573, § 4, lid 2. die nog steeds van toepassing is, voldoet aan artikel 23 van Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).

§ 4. De begunstigde heeft recht op de aflevering ... van een afschrift van het dossier of van een gedeelte ervan .... Op ieder afschrift wordt vermeld dat het strikt persoonlijk en vertrouwelijk is.

Het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg weigert dat afschrift af te leveren indien het beschikt over duidelijke aanwijzingen dat de begunstigde onder druk wordt gezet om een afschrift van zijn dossier aan derden mee te delen.

§ 5. Na het overlijden van de begunstigde hebben de echtgeno(o)t(e), de wettelijk samenwonende partner, de partner en de bloedverwanten tot en met de tweede graad, via het door de verzoeker aangewezen lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg, het in paragraaf 3 bedoelde inzagerecht voor zover hun verzoek voldoende gemotiveerd en gespecifieerd is en de begunstigde zich hiertegen niet uitdrukkelijk heeft verzet. ....

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<DWG 2014-02-20/20, art. 160, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  • (2)<DWG 2024-01-10/15, art. 205, 074; Inwerkingtreding : 01-01-2024>