Code wallon de l'action sociale et de la santé - Partie décr Art. 612
Afdeling 2. [1 - Diensten voor geestelijke gezondheidszorg]1 — Onderafdeling 5. - Evaluatie, controle en sanctie
§ 1. De activiteiten van elke dienst voor geestelijke gezondheidszorg worden op gezette tijden door het Agentschap geëvalueerd.
De dienst voor geestelijke gezondheidszorg neemt actief deel aan de evaluatie ervan en werkt met het Agentschap samen bij de voorbereiding en de follow-up van deze evaluatie.
De Regering bepaalt de evaluatiemodaliteiten en -procedure.
§ 2. De administratieve en financiële controle van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg wordt uitgeoefend door de daartoe aangewezen personeelsleden van het Agentschap.
Onder administratieve controle wordt verstaan de verificatie van de naleving van alle gewestelijke bepalingen door de dienst voor geestelijke gezondheidszorg.
Onder financiële controle wordt verstaan de verificatie van het gebruik van de door de dienst voor geestelijke gezondheidszorg ontvangen financiering, met inbegrip van de verificatie van de verrichte facturering.
Om alle inlichtingen of documenten te verkrijgen die nuttig zijn voor de controle, of om alle vaststellingen te doen die nuttig zijn voor de controle, kunnen deze personeelsleden:
1° vrije toegang hebben tot de lokalen van de dienst voor geestelijke gezondheidszorgtijdens de openingsuren;
2° alle dienst voor geestelijke gezondheidszorg berustende documenten raadplegen zonder de lokalen te hoeven verlaten en er kopieën van laten maken;
3° kopieën in een door hen gekozen formaat ontvangen van alle documenten of gegevens die door de dienst voor geestelijke gezondheidszorg elektronisch worden bijgehouden;
4° elke leidinggevend of elk personeelslid van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg horen;
5° de dienst voor geestelijke gezondheidszorg schriftelijk of langs elektronische weg om alle nuttige inlichtingen of toelichtingen vragen;
6° het Belgisch Staatsblad, de Kruispuntbank van Ondernemingen, de Balanscentrale of elke andere authentieke bron raadplegen voor gegevens met betrekking tot de dienst voor geestelijke gezondheidszorg.
Voor zover mogelijk zorgt de dienst voor geestelijke gezondheidszorg ervoor dat de in lid 4 bedoelde documenten, kopieën en informatie die persoonsgegevens bevatten, anoniem worden gemaakt.
Bij de uitoefening van hun in lid 4 bedoelde toezichthoudende bevoegdheden vragen de in lid 1 bedoelde personeelsleden van het Agentschap alleen om persoonsgegevens indien de verkrijging van die gegevens noodzakelijk, redelijk en proportioneel is voor het doel van de controle op de dienst voor geestelijke gezondheidszorg. Deze gegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor het doel van de controle.
Het in artikel 570 bedoelde individueel dossier kan worden geraadpleegd door speciaal daartoe aangewezen artsen en verpleegkundigen van het Agentschap, wanneer deze raadpleging noodzakelijk, passend en evenredig is aan het doel van toezicht op de dienst voor geestelijke gezondheidszorg. Deze raadpleging mag nooit betrekking hebben op de punten opgesomd in artikel 570, § 1, tweede lid, 6°, 7°, 8°, 9°, 11°, 12°, 14°, 16° en 25°.
De bij lid 2 verleende bevoegdheden mogen alleen worden uitgeoefend door speciaal daartoe aangewezen artsen en verpleegkundigen van het Agentschap wanneer zij betrekking hebben op gegevens over de gezondheidstoestand van de begunstigden.
De Regering kan de grenzen vaststellen van de bevoegdheden die bij lid 2 aan de personeelsleden zijn toegekend, alsmede de wijze waarop deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend.
De Regering bepaalt de modaliteiten van de controle, met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DWG 2024-01-10/15, art. 252, 074; Inwerkingtreding : 01-01-2024>