Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé Art. 1436
HOOFDSTUK IV. - Werkingstitels — Afdeling 2. - Bepalingen eigen aan de rusthuizen, rust- en verzorgingstehuizen voor een kortstondig verblijf
Om ontvankelijk te zijn, gaat de aanvraag om een werkingsvergunning voor een rustoord, een rust- en verzorgingstehuis of voor een kortstondig verblijf vergezeld van de volgende stukken tenzij ze tevoren reeds overgemaakt zijn aan het Agentschap en op voorwaarde dat ze niet het voorwerp hebben uitgemaakt van wijzigingen :
1° het behoorlijk ingevulde en ondertekende identificatieformulier opgemaakt en afgegeven door het Agentschap, waarmee kan worden nagegaan of de normen bedoeld in bijlage 120 ... nageleefd worden, samen met, als de beheerder een privaatrechtelijke rechtspersoon is, de statuten van de vennootschap, van de vereniging zonder winstoogmerk of van de stichting alsmede de lijst van de bestuurders;
2° een plan waarin de verschillende lokalen, hun afmetingen en hun bestemming per niveau, eventueel per site, vermeld worden alsmede het aantal plaatsen en, in voorkomend geval, de aangrenzende sanitaire installaties per kamer; de ligging van de plaatsen voor het kortstondig verblijf wordt nader bepaald;
3° een brandveiligheidsattest afgegeven door de burgemeester van de gemeente waarin het rustoord, het rusten verzorgingstehuis of het kortstondig verblijf of, in voorkomend geval, elke site gelegen is, gegrond op een verslag van de territoriaal bevoegde brandweerdienst, overeenkomstig het model bedoeld in aanhangsel 1 bij bijlage 119 of, bij gebreke hiervan, het bewijs dat een aanvraag om brandveiligheidattest sinds minstens 2 maanden ingediend is;
4° het uittreksel uit het strafregister van type 1 dat minder dan 6 maanden afgegeven is, van de directeur en, als het gaat om een natuurlijke persoon, van de beheerder van het rustoord of van het rust- en verzorgingstehuis alsmede het bewijs dat de directeur voldoet aan de opleidingsvoorwaarden bepaald in hoffdstuk III van bijlage 120;
5° wanneer de beheerder een privaatrechtelijke rechtspersoon is, het uittreksel uit het strafregister van type 1 van de natuurlijke persoon die ertoe gemachtigd is om hem te vertegenwoordigen;
6° het levensproject;
7° het ontwerp van overeenkomst tussen de beheerder en de bewoner als de inrichting niet het door de Minister bepaalde typemodel gebruikt;
8° het huishoudelijk reglement als de inrichting niet het door de Minister bepaalde typemodel gebruikt;
9° de overeenkomsten gesloten met één of verschillende centra voor de coördinatie van thuiszorg en thuisdienstverlening en, in voorkomend geval, met een rust- en verzorgingstehuis en met de vereniging inzake palliatieve zorgen die het betrokken geografische gebied dekt, als het rustoord niet over plaatsen voor rusten verzorgingstehuizen beschikt.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<BWG 2014-12-04/07, art. 100, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
- (2)<BWG 2019-05-16/87, art. 36, 075; Inwerkingtreding : 04-11-2019>