Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé Art. 1437
HOOFDSTUK IV. - Werkingstitels — Afdeling 3. - Bepalingen eigen aan de serviceflats
Om ontvankelijk te zijn, gaat de aanvraag om een werkingsvergunning voor een serviceflat vergezeld van de volgende documenten tenzij ze tevoren reeds overgemaakt zijn aan het Agentschap en op voorwaarde dat ze niet het voorwerp hebben uitgemaakt van wijzigingen :
1° het behoorlijk ingevulde en ondertekende identificatieformulier opgemaakt en afgegeven door het Agentschap, waarmee kan worden nagegaan of de normen bedoeld in bijlage 121 nageleefd worden, samen met, als de beheerder een privaatrechtelijke rechtspersoon is, de statuten van de vennootschap, van de vereniging zonder winstoogmerk of van de stichting alsmede de lijst van de bestuurders;
2° een plan dat per niveau de verschillende lokalen, hun afmetingen en hun bestemming vermeldt;
3° een brandveiligheidsattest afgegeven door de burgemeester van de gemeente waarin de serviceflat gelegen is, gegrond op een verslag van de territoriaal bevoegde brandweerdienst, overeenkomstig het model bedoeld in aanhangsel 1 bij bijlage 19 of, bij gebreke hiervan, het bewijs dat een aanvraag om brandveiligheidsattest sinds minstens 2 maanden ingediend is;
4° het uittreksel uit het strafregister van type 1 van de directeur dat minder dan 6 maanden afgegeven is, en, als het gaat om een natuurlijke persoon, van de beheerder van de serviceflat;
5° wanneer de beheerder een privaatrechtelijke rechtspersoon is, het uittreksel uit het strafregister van type 1 dat minder dan 6 maanden afgegeven is, van de natuurlijke persoon die ertoe gemachtigd is om hem te vertegenwoordigen;
6° de lijst van de facultatieve diensten voorgesteld aan de bewoners en de voorwaarden waaronder die diensten verleend worden;
7° het ontwerp van overeenkomst tussen de beheerder en de bewoner als de inrichting niet het door de Minister bepaalde typemodel gebruikt;
8° het huishoudelijk reglement als de inrichting niet het door de Minister bepaalde typemodel gebruikt;
9° de overeenkomsten gesloten met een rustoord of een rust- en verzorgingstehuis als de serviceflat niet gelegen is op de site van een rustoord of een rust- en verzorgingstehuis en de overeenkomst gesloten met één of verschillende centra voor de coördinatie van thuiszorg en thuisdienstverlening;
10° de wijze waarop in de dag- en nachtdienst wordt voorzien zodat in geval van nood bij de bewoners tussenbeide gekomen kan worden. Die omschrijving bepaalt de beroepsmodaliteiten voor het dienstdoende personeel, de kwalificatie van het personeel, de plaats waar het personeelslid met dag- en nachtdienst verblijft en hoe lang het gemiddeld duurt vóór aan de oproep gevolg wordt gegeven.
11° de overeenkomsten vastgesteld met de medeëigenaars als de serviceflats een medeëigendom.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<BWG 2014-12-04/07, art. 101, 024; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
- (2)<BWG 2019-05-16/87, art. 37, 075; Inwerkingtreding : 04-11-2019>