CoDT · 20 JULI 2016. - Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling (2016)
CoDT Art. D.II.48
Afdeling 3. - Gewone herzieningen — Onderafdeling 3. - Herziening op initiatief van een privé- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon
§ 1. De herziening van het gewestplan kan door de Regering worden beslist op met een schrijven ingediend verzoek van een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon, indien die herziening betrekking heeft op de opneming van een bedrijfsruimte bedoeld in artikel D.II.28, eerste lid, van een recreatiegebied of van een ontginningsgebied of indien ze betrekking heeft op de opneming van het tracé van een hoofdinfrastructuur voor het vervoer van vloeistoffen of energie, of van de vervangende reserveringsomtrek.
Het verzoek is gegrond op het basisdossier bedoeld in artikel D.II.44, lid 1, 1° tot 8° en 11°.
§ 2. Minstens vijftien dagen voor de voorafgaandelijke informatievergadering wordt het verzoek samen met het basisdossier gericht aan de gemeenteraad en aan de gemeentelijke commissie, indien zij bestaat, die hun advies binnen zestig dagen na indienen van het verzoek overmaken aan de persoon bedoeld in paragraaf 1. Bij ontstentenis wordt het advies gunstig geacht.
§ 3. De persoon bedoeld in paragraaf 1 richt zijn verzoek samen met het dossier aan de Regering. Het verzoek omvat :
1° het basisdossier bedoeld in artikel D.II.44, lid 1, 1° tot 8°, en 11°;
2° de documenten bedoeld in artikel D.VIII.5, § 6;
3° het advies van de gemeentelijke commissie, indien ze bestaat;
4° de beraadslaging van de gemeenteraad;
5° in voorkomend geval, een aanvraag tot vrijstelling van milieueffectenbeoordeling en de verantwoording ervan.
§ 4. De Regering legt het volledige dossier ter advies voor aan de gemachtigd ambtenaar, aan de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening, aan de Beleidsgroep Leefmilieu en aan de personen en instanties die zij nuttig acht te raadplegen.
De adviezen worden binnen de zestig dagen na het verzoek van de Regering overgemaakt. Zoniet worden ze gunstig geacht.
§ 5. Binnen negentig dagen na ontvangst van het verzoek neemt de Regering de herziening van het gewestplan aan, neemt ze er het ontwerp van aan, stelt ze de in artikel D.II.45, § 3, bedoelde compensaties voorlopig vast en beslist ze het te onderwerpen aan de milieueffectenbeoordeling of beslist ze, het ervan vrij te stellen.
Mocht het regeringsbesluit niet aan de persoon bedoeld in paragraaf 1 worden overgemaakt, kan laatstgenoemde bij een zending de Regering daar in een herinneringsschrijven op wijzen. Als de Regering bij verstrijken van een nieuwe termijn van zestig dagen, ingaand bij de ontvangst van het herinneringsschrijven, haar beslissing niet verstuurd heeft, wordt het verzoek verworpen geacht.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DWG 2026-03-26/06, art. 149, 039; Inwerkingtreding : 01-04-2026>