Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 2.2.4-1
TITEL II. - Lesrooster voor leerlingen — HOOFDSTUK IV. - Lesrooster voor de leerlingen in het taalbadonderwijs
§ 1. Wanneer een gedeelte van het lesrooster is voorbehouden aan taalbadonderwijs in een moderne taal in de zin van artikel 1.8.3-3, eerste lid, 1°, dekt dit gedeelte:
1° tijdens het derde jaar van het kleuteronderwijs en de eerste twee jaren van het basisonderwijs minstens 8 lestijden en maximaal 21 lestijden;
2° van het derde tot en met het zesde jaar van het basisonderwijs, minstens 8 lestijden en maximaal 18 lestijden voor leerlingen die met het taalbadonderwijs zijn begonnen in het derde jaar van het kleuteronderwijs of in het eerste jaar van het basisonderwijs, en minstens 12 lestijden en maximaal 18 lestijden voor leerlingen die met het taalbadonderwijs zijn begonnen in het derde jaar van het basisonderwijs;
3° tijdens de lagere graad van het secundair onderwijs, minstens 6 lestijden en maximaal 13 lestijden. De lestijden voorbehouden aan de disciplines bedoeld in artikel 2.2.2-1, § 1, tweede lid, 1°, a), en 3°, a), mogen niet in het kader van taalbadonderwijs in een moderne taal ingericht worden.
In afwijking van het eerste lid, 3°, wanneer taalbadonderwijs wordt ingericht en gevolgd in twee talen, beslaat het deel voorbehouden aan het taalbadonderwijs minstens 6 lestijden en maximaal 12 lestijden per betrokken taal, zonder dat dit in totaal meer kan bedragen dan twee derde van de lestijden ingeschreven in het uurrooster van de leerlingen.
Wanneer taalbadonderwijs in een moderne taal wordt ingevoerd in een school of vestiging, worden de lessen moderne taal I of moderne taal II bedoeld in de artikelen 2.2.1-6 en 2.2.2-1, § 1, tweede lid, 2° meegeteld in het deel van het uurrooster voorbehouden aan taalbadonderwijs zoals gedefinieerd in het eerste lid, 2° en 3°, voor zover deze overeenkomen met de taal waarin het taalbadonderwijs wordt gegeven. In dat geval betreft de leerstof die tijdens deze lessen wordt behandeld specifiek de competenties gekoppeld aan de beheersing van de taal in kwestie en de specifieke woordenschat van de disciplines onderwezen in het kader van het taalbadonderwijs.
De lessen godsdienst en niet-confessionele zedenleer, alsook de tweede lestijd van de les filosofie en burgerzin bedoeld in artikel 1.7.5-1, maken geen deel uit van het gedeelte van het lesrooster dat in aanmerking komt voor taalbadonderwijs.
§ 2. Voor de dove en slechthorende leerlingen ingeschreven voor de tweetalige lessen Frans-gebarentaal wordt het volledige rooster, vanaf het eerste jaar basisonderwijs, voorbehouden voor het taalbadonderwijs gebarentaal en geschreven Frans zoals gedefinieerd in artikel 2.1.1.1, 4°, met uitzondering van de lestijden moderne taal I in het 5e en 6e jaar van het lager onderwijs en in de lagere graad van het secundair onderwijs.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<DFG 2026-07-17/11, art. 58, 050; Inwerkingtreding : 24-08-2026>
- (2)<DFG 2026-05-28/14, art. 3, 052; Inwerkingtreding : 24-08-2026>
Verwijst naar
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 1
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 1.7.5
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 1.8.3
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 2.1.1.1
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 2.2.1
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 2.2.2
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 3
- Code de l'enseignement fondamental et de l'enseignement seco Art. 6