Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales · 13 APRIL 2019. - Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales Art. 10

HOOFDSTUK 4. - De uitvoerbare titels en hun uitvoerbare kracht — Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen inzake inkomstenbelastingen, voorheffingen en met de

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

§ 1. De inkomstenbelasting of het gedeelte van de inkomstenbelasting in verband met het belastbare inkomen van één van de echtgenoten en de op naam van één van hen beiden ingekohierde voorheffing of met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen mogen, ongeacht het aangenomen huwelijksvermogensstelsel of ongeacht de notariële overeenkomst waarin de modaliteiten van de wettelijke samenwoning worden geregeld, op de eigen en gemeenschappelijke goederen van beide echtgenoten worden ingevorderd.

De inkomstenbelasting of het gedeelte van de inkomstenbelasting in verband met het belastbare inkomen van één van de echtgenoten, alsook de roerende voorheffing, de bedrijfsvoorheffing en de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen ingekohierd op naam van één van hen, mogen evenwel niet op de eigen goederen van de andere echtgenoot worden ingevorderd wanneer deze laatste aantoont:

1° dat hij ze bezat vóór het huwelijk of vóór het afleggen van de verklaring van wettelijke samenwoning;

2° of dat zij voortkomen van een erfenis of van een schenking door een andere persoon dan zijn echtgenoot;

3° of dat hij ze heeft verkregen door middel van fondsen die voortkomen van de realisatie van dergelijke goederen;

4° of dat het gaat om inkomsten die hem krachtens het burgerlijk recht eigen zijn of om goederen die hij met zulke inkomsten heeft verworven.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 kan, in geval van feitelijke scheiding van de echtgenoten, de inkomstenbelasting op de vanaf het tweede kalenderjaar na de feitelijke scheiding verworven inkomsten van één van de echtgenoten, alsook de roerende voorheffing, de bedrijfsvoorheffing en de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen die vanaf hetzelfde kalenderjaar op naam van één van hen wordt ingekohierd, niet meer worden ingevorderd op de inkomsten van de andere echtgenoot of op de goederen die deze met deze inkomsten heeft verworven.

§ 3. Na de ontbinding van het huwelijk of de beëindiging van de wettelijke samenwoning in de zin van artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek kunnen de inkomstenbelastingen en de voorheffingen die betrekking hebben op de inkomsten die de echtgenoten vóór die ontbinding of beëindiging hebben verkregen alsook de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen in verband met de periode vóór die ontbinding of beëindiging, worden ingevorderd op de goederen van de beide echtgenoten, op de wijze omschreven in paragrafen 1 en 2.

§ 4. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de inkomstenbelastingen, de voorheffingen en de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen in verband met de periode vóór het huwelijk en vóór het afleggen van de verklaring van wettelijke samenwoning.