C.pén. · 29 FEBRUARI 2024. - Strafwetboek 2024. (Inwerkingtreding : 01-09-2026)
C.pén. Art. 258
Hoofdstuk 7. Schendingen van de persoonlijke waardigheid en misbruik van de kwetsbare positie van het — Afdeling 2. Mensenhandel en mensensmokkel
Mensenhandel
§ 1. Mensenhandel is het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten, opvangen van een persoon, alsook het nemen of overdragen van de controle over een persoon met als doel:
1° de uitbuiting van prostitutie of andere vormen van seksuele uitbuiting;
2° de uitbuiting van bedelarij;
3° het verrichten van werk of het verlenen van diensten, in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid;
4° de uitbuiting door het wegnemen van organen of van menselijk lichaamsmateriaal;
5° deze persoon tegen zijn wil een misdrijf te doen plegen;
6° de uitbuiting van een illegale adoptie;
7° de uitbuiting van een gedwongen huwelijk.
Behalve in het in 5° bedoelde geval is de toestemming van de in het eerste lid bedoelde persoon met de voorgenomen of daadwerkelijke uitbuiting van geen belang.
§ 2. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.
§ 3. De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.