Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 373
BOEK III. - VERLOVEN EN ANDERE AFWEZIGHEDEN VAN DE AMBTENAREN. — HOOFDSTUK II. - Jaarlijks vakantieverlof en feestdagen.
(Voorheen LIII.CII.3.) § 1. Elke periode van dienstactiviteit geeft recht op jaarlijks vakantieverlof.
Het vakantieverlof wordt evenwel in evenredige mate verminderd wanneer een ambtenaar in de loop van het jaar in dienst treedt, zijn ambt definitief neerlegt, in dienst is genomen om onvolledige prestaties te verrichten, of tijdens het jaar één van de hierna genoemde verloven of afwezigheden heeft verkregen :
1° de verloven bedoeld in de artikelen 377 en 483;
2° de halftijdse vervroegde uittreding;
3° de vrijwillige vierdagenweek;
4° het verlof voor opdracht (bedoeld in de artikelen 435 en volgende); <BWG 2007-02-15/58, art. 73, 015; Inwerkingtreding : 12-04-2007>
5° het verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan;
6° de afwezigheden waarbij de ambtenaar in de administratieve stand van non-activiteit of disponibiliteit is geplaatst;
7° de verloven voor verminderde prestaties, ... met uitzondering van de verloven voor beperkte prestaties om medische redenen.
(Als het aldus berekende aantal verlofdagen, vermeerderd met de compenserende en recuperatieverlofdagen bedoeld in artikel 375, geen geheel getal vormt, wordt het afgerond naar de hogere halve dag.) <BWG 2007-02-15/58, art. 73, 015; Inwerkingtreding : 12-04-2007>
Voor de berekening van de duur van het jaarlijks vakantieverlof dat wordt toegekend aan het vrouwelijk personeel dat bij overeenkomst wordt aangeworven, worden de periodes van afwezigheid wegens verloven die met het oog op de bescherming van het moederschap zijn toegekend bij de artikelen 39, 41, 41bis, 42 en 43 van de arbeidswet van 16 maart 1971, beschouwd als periodes van dienstactiviteit in de zin van het eerste lid.
§ 2. Indien de ambtenaar om redenen buiten zijn wil om zijn volledig jaarlijks vakantieverlof of een deel ervan niet heeft opgenomen vóór hij zijn ambt definitief neerlegt, dan heeft hij recht op een compensatietoelage waarvan het bedrag gelijk is aan de laatste activiteitswedde die overeenstemt met het aantal niet opgenomen verlofdagen.
Voor de toepassing van deze paragraaf is de wedde die in aanmerking dient te worden genomen deze voor volledige prestaties,...de toelage voor hogere functies.
§ 3. Het jaarlijks vakantieverlof wordt opgeschort zodra de ambtenaar een verlof wegens ziekte bekomt of in disponibiliteit wegens ziekte wordt geplaatst.
§ 4. Paragraaf 1, tweede lid, geldt niet voor het bijkomend vakantieverlof bedoeld in artikel 371, § 2.
Wijzigingsgeschiedenis
- (1)<BWG 2009-03-27/47, art. 158, 024; Inwerkingtreding : 01-05-2009>
- (2)<BWG 2010-09-02/02, art. 2, 027; Inwerkingtreding : 24-09-2010>
- (3)<BWG 2014-03-20/10, art. 7, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
- (4)<BWG 2023-12-14/48, art. 10, 086; Inwerkingtreding : 01-01-2024>
- Art. 374.
- <Opgeheven bij BWG 2009-03-27/47, art. 159, 024; Inwerkingtreding : 01-05-2009>
- Art. 375. <BWG 2007-02-15/58, art. 74, 015; Inwerkingtreding : 12-04-2007> De ambtenaar is met verlof op de dagen die zijn opgesomd in artikel 1 van
- het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, evenals op
- 27 september, 2 november, 15 november en 26 december.
- Indien één van de dagen bedoeld in lid 1 samenvalt met een dag waarop de ambtenaar niet werkt krachtens de op hem toepasselijke arbeidsregeling, krijgt
- de ambtenaar een compenserende verlofdag die onder dezelfde voorwaarden opgenomen kan worden als het jaarlijkse vakantieverlof.
- De ambtenaar die krachtens de op hem toepasselijke arbeidsregeling of wegens de dienstvereisten verplicht is te werken op één van de dagen bedoeld in lid
- 1, krijgt een recuperatieverlofdag die opgenomen kan worden onder dezelfde voorwaarden als het jaarlijkse vakantieverlof.
- De duur van de verloven bedoeld in de leden 1 tot en met 3 wordt verhoudingsgewijs verminderd voor de ambtenaren op wie een deeltijdse arbeidsregeling
- van toepassing is.
- De verloven bedoeld in leden 1 tot en met 3 worden gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
- Als de ambtenaar evenwel op één van de dagen bedoeld in lid 1 wegens een andere reden met verlof is of als hij in non-activiteit of in disponibiliteit is, blijft zijn
- bestuurlijke positie bepaald overeenkomstig de op hem toepasselijke regelgevende bepalingen.
Verwijst naar
- Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 015
- Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 371
- Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 375
- Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 377
- Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 39
- Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 41
- Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 41bis
- Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 435
- Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 483
- Arrêté du Gouvernement wallon portant le Code de la fonction Art. 73