Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales Art. 18
TITEL 2. - De minnelijke invordering — HOOFDSTUK 2. - De betalingen
§ 1. In afwijking van de aanrekeningsregels die bepaald zijn in de fiscale wetten, kan een persoon, wanneer hij verschillende sommen verschuldigd is uit hoofde van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen waarvan de betaling moet gebeuren op de financiële rekening "Inning en Invordering" bedoeld in artikel 15, aangeven welke hij wil aanzuiveren ofwel bij elke betaling die hij verricht via het elektronisch platform dat de Federale Overheidsdienst Financiën hem ter beschikking stelt, ofwel wanneer hij het voorafgaand aan zijn betaling aanvraagt bij de daartoe door de Koning aangewezen dienst.
Voor elk verschuldigd bedrag uit hoofde van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen waarvan deze persoon aangegeven heeft dat hij het wenst aan te zuiveren overeenkomstig het eerste lid, gebeurt de aanrekening, niettegenstaande elke andersluidende aanduiding van deze persoon en onverminderd de toepassing van artikel 23 van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën, in de onderstaande volgorde:
1° op de kosten van alle aard gemaakt door de Federale Overheidsdienst Financiën;
2° op de nalatigheidsinteresten;
3° op de verhogingen en de fiscale of administratieve geldboeten;
4° op de nog verschuldigde fiscale of niet-fiscale schuldvordering in hoofdsom.
§ 2. Bij ontstentenis van dergelijke aanduiding worden de betalingen, onder gelijk welke titel, die uitgevoerd worden op de financiële rekening bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, en die op naam van deze persoon geregistreerd worden, aangerekend volgens de keuze van de bevoegde ambtenaar, onder voorbehoud:
a) dat, onverminderd de toepassing van artikel 23, 1° en 2°, van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën, de betalingen bij voorrang aangerekend worden op de kosten van alle aard gemaakt door de Federale Overheidsdienst Financiën, ongeacht de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen waarop ze betrekking hebben;
b) dat, onverminderd de toepassing van a) en van artikel 23, 3° tot 6°, van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën, de aanrekening, voor wat betreft elk van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen die de bevoegde ambtenaar wil aanzuiveren, in de volgende volgorde gebeurt: eerst op de nalatigheidsinteresten, vervolgens op de verhogingen en de fiscale of administratieve geldboeten, en ten slotte op de nog verschuldigde fiscale of niet-fiscale schuldvordering in hoofdsom.