Rechtsbibliotheek en dossieranalyse · Oostenrijk · België · Europese Unie
LAWxPERT Aanmelden Gratis account

Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales · 13 APRIL 2019. - Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales Art. 23

HOOFDSTUK 2. - De verjaring — Afdeling 1. - De verjaringstermijnen

Van krachtOfficiële tekst

FRNL

§ 1. De inkomstenbelastingen, de voorheffingen en de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, evenals de verhogingen en de administratieve geldboeten met betrekking tot deze belastingen en voorheffingen, verjaren door verloop van vijf jaren vanaf de datum van uitvoerbaarverklaring van het kohier waarin ze zijn opgenomen overeenkomstig de fiscale wetten.

§ 2. De verjaring van de vordering tot invordering van de belasting over de toegevoegde waarde, de nalatigheidsinteresten en de administratieve geldboeten wordt geregeld door de bepalingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

Voor zover de verjaring bedoeld in het eerste lid nog niet verkregen is, verjaren de belasting over de toegevoegde waarde, de nalatigheidsinteresten en de administratieve geldboeten opgenomen in een uitvoerbaar verklaard innings- en invorderingsregister door verloop van vijf jaren vanaf de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister waarin ze zijn opgenomen overeenkomstig de fiscale wetten.

§ 3. De verjaring van de vordering tot invordering van de diverse taksen, de nalatigheidsinteresten en de fiscale geldboeten wordt geregeld door de bepalingen van het Wetboek diverse rechten en taksen.

Voor zover de verjaring bedoeld in het eerste lid nog niet verkregen is, verjaren de taks, de nalatigheidsinteresten en de fiscale geldboeten opgenomen in een uitvoerbaar verklaard innings- en invorderingsregister door verloop van vijf jaren vanaf de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister waarin ze zijn opgenomen overeenkomstig de fiscale wetten.

§ 4. De verjaring van de vordering tot invordering van het rolrecht, de nalatigheidsinteresten en de administratieve geldboeten wordt geregeld door de bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, of de uitvoeringsbesluiten ervan.

Voor zover de verjaring bedoeld in het eerste lid nog niet verkregen is, verjaren het rolrecht, de nalatigheidsinteresten en de administratieve geldboeten opgenomen in een uitvoerbaar verklaard innings- en invorderingsregister door verloop van vijf jaren vanaf de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister waarin ze zijn opgenomen overeenkomstig de fiscale wetten.

§ 5. Onder voorbehoud van de wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot niet-fiscale schuldvorderingen, wordt de verjaring van deze schuldvorderingen geregeld door de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, boek III, titel XX, hoofdstuk V.

Voor zover de verjaring bedoeld in het eerste lid nog niet verkregen is, verjaren de niet-fiscale schuldvorderingen opgenomen in een uitvoerbaar verklaard innings- en invorderingsregister door verloop van vijf jaren vanaf de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister waarin ze zijn opgenomen overeenkomstig de wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot deze schuldvorderingen.

Wijzigingsgeschiedenis
  • (1)<W 2021-12-20/04, art. 13, 006; Inwerkingtreding : 07-01-2022>